Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ren rabbi. Wij zullen ons eer onder de puinhoopen des tempels laten begraven, dan van ons besluit terug keeren.

Een phariseër. Wij zullen niet rusten, voor hij dood is.

Caïphas. Die niet bij dit besluit blijft, moet uit de synagoge gestooten worden.

Annas. De vloek der Vaderen treffe hem.

Caïphas. De tijd dringt, de dag snelt voort. Nu moeten alle middelen gebruikt worden, opdat nog heden, voor het feest begint, onze wil uitgevoerd worde.

(Pilatus komt met zijn gevolg op het balcon van zijn paleis.)

Caïphas. Wij brengen den gevangene nogmaals voor uwen rechterstoel en vorderen nu met ernst zijn dood.

De priesters. Wij dringen er op aan, hij moet sterven.

Pilatus. Gij bracht mij dezen man als een volksopruier. En ziet, ik heb uwe beschuldigingen gehoord, ik zelf heb hem in verhoor genomen en ik heb niets in hem gevonden, waarvan gij hem aanklaagt.

Caïphas. Wij blijven bij onze beschuldiging. Hij is een misdadiger, die sterven moet.

De priesters. Hij is een verbreker onzer wetten en hij heeft den keizer beleedigd.

Pilatus. Ik heb hem, omdat hij een Galileër is naar Herodes gezonden, hebt gij daar uwe beschuldigingen niet ingebracht?

Caïphas. Ja, maar Herodes wilde hier geen recht spreken, omdat gij alleen hier te bevelen hebt.

Pilatus. Ook hij heeft niets in hem gevonden, wat de dood verdiende. Ik zal dus dezen man, om u uw zin te geven laten geeselen en hem dan loslaten.

Annas. Dat is niet genoeg!

Caïphas. Onze wet spreekt over dat misdrijf niet de geeselstraf maar de doodstraf uit.

Sluiten