Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Geeseling.

Het tooneel stelt de geeseling voor. Jezus aan den geeselpaal gebonden, twee romeinsche soldaten staan te geeselen. Hoort wat zij zeggen.

Een soldaat. Nu is het genoeg. Hij druipt van het bloed. Gij beklagenswaardige koning van de joden. Maar wat voor een koning is hij ? Hij heeft geen kroon op en geen scepter in de hand. Wacht, ik zal de teekenen zijner waardigheid gaan halen

(Hij komt terug met een rooden mantel, een doornekroon en een lang riet.)

Een soldaat. Hier, dit is een prachtige opschik voor den koning der joden, niet waar, koning? Zulke eer had gij niet verwacht. Kom, laat ik u uw purperen mantel omhangen. Maar ga zitten, een koning moet niet blijven staan. En hier is een prachtige kroon.

(Hij zet hem die op het hoofd, gaat voor hem staan en lacht hem uit.)

Een andere soldaat. Maar de kroon zal afvallen, hij moet vaststaan. Komt broeders helpt mij.

(Vier soldaten nemen twee staven aan de einden en drukken daarmede de kroon met scherpe doornen in het hoofd. Jezus zuchtte hoorbaar en smartelijk.)

Een soldaat. Hier is de scepter. Nu ontbreekt er niets meer aan. Welke koning! (Ze knielen voor hem). Zijt gegroet, grootmachtige koning der joden!

(Er komt een dienaar van Pilatus binnen. Deze zegt tot de soldaten.)

Een dienaar. De gevangene moet onmiddellijk naar het

rechtshuis gebracht worden.

De soldaten. Gij komt op een slechten tijd. Gij stoort ons te midden onzer huldebewijzen. Sta op Jezus, wij zullen u als een koning rondvoeren. Dat zal een gejubel onder het joodsche volk zijn als hun koning zoo in volle pracht verschijnt.

Sluiten