Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nathanaël. Mozes uw profeet rekent nu op u. Onze heilige wet roept om wraak.

(Verschillende groepen spreken en schreeuwen beurtelings.)

Het volk. Wij hangen Mozes aan. Wij zijn en blijven volgelingen van Mozes en van zijn leer. Wij houden ons aan onze priesters. Weg met hem, die zich daartegen verzet. Gij zijt onze Vaderen] wij zullen voor uwe eer opkomen.

Annas. Komt kinderen, werpt u in de armen van den Hoogen Raad, die zal u redden.

Ezechiël. Schudt af dat juk van den bedrieger.

Het volk. Wij willen niets meer van hem weten. Wij willen van den valschen leeraar den Nazarener bevrijd worden.

De priesters. God uw Vader zal u weder als zijn kinderen aannemen. Gij zijt voor hem weer het heilige volk.

Het volk. Gij zijt onze ware vrienden. Leve de Ilooge Raad. Leven onze leeraars en priesters!

Annas. En dat de Galileër sterve!

Caïphas. Laat ons nu naar Pilatus gaan.

Ezechiël. Zijn dood, zijn bloed moeten wij eischen.

Het volk. Voort naar Pilatus! De Nazarener moetsterven. Hij heeft de wet vervalscht, hij heeft Mozes en de profeten veracht, hij heeft God gelasterd. Naar den dood met den valschen profeet. Naar den kruisdood. Pilatus moet hem laten kruisigen. Aan het kruis moet hij voor zijne misdaden boeten. Wij rusten niet voor het vonnis uitgesproken zal zijn.

Caïphas. Heil u kinderen Israëls. Ja gij zijt nog de ware nakomelingen van uw vader Abraham. Verheugt u, dat gij aan die naamlooze ramp welke die bedrieger over u en uwe kinderen gebracht zou hebben, onttrokken zijt.

Sluiten