Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 21. Hetzelfde vindt plaats, wanneer er geen bevoegde opvolger, naar deze Grondwet, mogt bestaan.

In beide gevallen wordt het besluit der Staten Generaal tot benoeming van den opvolger genomen in eene vereenigde zitting der beide Kamers.

Art. 22. In de gevallen, bij art. 19, 20 en 21 omschreven, wordt de troon opvolging geregeld naar de bepalingen van art. 1°. 11. 12, 13, 14, 15, 16 en 17.

Art. 23. De Koning der Nederlanden kan geene vreemde kroon dragen, met uitzondering van die van Luxemburg.

In geen geval kan de zetel der regeering buiten het rijk worden verplaatst.

TWEEDE AFDEELING.

Van het Inkomen der Kroon.

Art 24. De Koning geniet uit 's Lands kas een jaarlijksch inkomen van f

Art. 25. Tot gebruik des Konings wordt een zomer- en winterverblijf onderhouden, waarvoor echter niet meer dan jaarlijks ten laste van den Lande kunnen worden

gebragt.

Art. 26. Deze gebouwen zijn van de verponding ontheven. De Koning is vrij van alle personele lasten.

Art. 27. De Koning rigt zijn huis naar eigen goedvinden in.

Art. 28. Eene Koningin weduwe geniet, gedurende haren weduwelijken staat, uit 's Lands kas een jaarlijksch inkomen van f

Art. 29. De vermoedelijke erfgenaam van de kroon die den titel voert van Prins van Oranje, geniet als zoodanig uit

Sluiten