Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De leden van den Raad leggen in handen van den voorzitter, en deze in eene vereenigde zitting van de beide Kamers der Statengeneraal, den volgenden eed af:

„lk zweer, dat ik, als lid (voorzitter) van den Raad „van State, in de waarneming van het koninklijk gezag „de grondwet zal helpen onderhouden en handhaven. „Zoo waarlijk helpe mij God almagtig "

Art. 44. Eene wet bepaalt, bij de benoeming van den regent of bij de aanvaarding van het regentschap door den Prins van Oranje, de som, die op het jaarlijksch inkomen van de kroon zal worden genomen voor de kosten van het regentschap. Deze bepaling kan gedurende het regentschap niet worden veranderd.

VIJFDE AFDEEL1NG.

Van de Inhuldiging des Konings.

Art. 45. De Koning wordt, bij het aanvaarden der regering, plegtiglijk beëedigd en ingehuldigd in eene openbare en vereenigde zitting van de beide Kamers der Staten Generaal, te dien einde in de hoofdstad Amsterdam te houden.

Art. 46. In deze vergadering wordt door den Koning de volgende eed op de grondwet afgelegd:

„Ik zweer aan het Nederlandsche volk, dat ik de „grondwet van het rijk steeds zal onderhouden en hand„haven, en dat ik daarvan bij geene gelegenheid, onder „geen voorwendsel hoegenaamd, zal afwijken of gedoogen, „dat daarvan afgeweken worde."

„Ik zweer, dat ik de onafhankelijkheid van het grondgebied des rijks met al mijn vermogen zal verdedigen „en bewaren ; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid „en de regten van alle mijne onderdanen en van elk

Sluiten