Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De pensioenen dier ambtenaren worden door de wet geregeld.

De wet regelt ook de bezoldiging van de ambtenaren der regterlijke magt.

Art. 56. De Koning heeft het regt van de munt. Hij vermag zijne beeltenis op de muntspecien te doen stellen.

Art 57. De Koning verheft in den adelstand.

Art. 58. Ridderorden worden door eene wet, op voorstel des Konings, ingesteld.

Art. 59. Vreemde orden, die geenerlei verbindtenis opleggen, mogen worden aangenomen door de Prinsen van zijn huis.

In het algemeen mogen de onderdanen des Konings geene vreemde orden, titels, rang of waardigheid aannemen zonder zijn bijzonder verlof.

Geen Nederlander kan vreemden adeldom aannemen.

Art. 60 De Koning heeft het regt van gratie van straffen, bij regterlijke vonnissen opgelegd, en oefent het na gehoord advijs van den Hoogen Raad.

Art. 61. De Koning beslist alle geschillen van bestuur, welke tusschen twee of meer provinciën mogten ontstaan, wanneer hij die niet in der minne kan bijleggen.

Art. 62, De Koning draagt aan de Staten Generaal ontwerpen van wetten voor, en doet zoodanig andere voorstellen, als hij noodig oordeelt.

Hij heeft het regt om de voordrachten, aan hem door de Staten Generaal gedaan, al of niet goed te keuren.

ZEVENDE AFDEEL1NG

Van den Raad van State en de Ministeriele Departementen

Er is een Raad van State.

De Koning benoemt deszelfs leden, ten getale van niet meer

Sluiten