Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„de Eerste Kamer het nevensgaande voorstel, en is van „oordeel, dat het aan den Koning zoude behooren te worden „aangeboden."

Art. 109. Wanneer de Eerste Kamer, na daarover op de gewone wijze te hebben geraadpleegd, het voorstel goedkeurt, zendt zij het aan den Koning in dezer voege :

„De Statengeneraal, oordeelende dat het nevensgaande voorstel tot bevordering van 's Lands belangen „zoude kunnen strekken, verzoeken eerbiedig 's Konings „inwilliging (gunstige beschikking) op hetzelve."

Zij geeft daarvan kennis aan de Tweede Kamer, op deze wijze:

„De Eerste Kamer der Staten Generaal geeft kennis „aan de Tweede Kamer, dat zij zich met haar voorstel

„van den betreffende

„vereenigd, en het, namens de Statengeneraal, aan den „Koning gezonden heeft."

Art. 110. In geval van afkeuring geeft zij daarvan aan de Tweede Kamer kennis, in deze woorden:

„De Eerste Kamer der Statengeneraal heeft geene „genoegzame reden gevonden, om het hiernevens teruggaande voorstel den Koning aan te bieden."

Art. 111. Wanneer de Koning een voorstel van wet, door de Statengeneraal gedaan of gewijzigd, aanneemt, wordt zulks aldus uitgedrukt:

„De Koning bewilligt in het voorstel.'1

Zoo de Koning het niet aanneemt, wordt zulks op deze wijze te kennen gegeven:

«De Koning houdt het voorstel in overweging.'"

Art. 112. Alle voorstellen van wet, door den Koning en de beide Kamers der Statengeneraal aangenomen, verkrijgen kracht van wet, en worden door den Koning afgekondigd,

Sluiten