Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

Van de Defensie.

Art. 180 Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en beveiliging van zijn grondgebied blijft een der eerste pligten van alle ingezetenen.

Art. 181. Vreemde troepen worden niet dan met gemeen overleg des Konings en der Statengeneraal in dienst genomen

Art. 182. Er is steeds eene nationale militie, zooveel mogelijk zamen te stellen uit vrijwilligers, op de wijze als bij de wet wordt bepaald.

Art. 183. Bij gebrek van genoegzame vrijwilligers wordt de militie voltallig gemaakt bij loting uit de ingezetenen, die op den eersten Januari van elk jaar ongehuwd, en in hun twintigste jaar zijn.

Zij, die aldus in de militie zijn ingelijfd, worden, in vredestijd, na eene vijfjarige dienst ontslagen.

Is de Staat in oorlog, zoo kan eene wet, jaarlijks te vernieuwen, hen tot een langere dienst verpligten.

Art. 184. De militie komt, in gewone tijden, jaarlijks eenmaal te zamen, om gedurende eene maand of daaromtrent in den wapenhandel te worden geoefend.

De Koning kan een vierde van het geheele getal doen zamenblijven.

Art. 185. In geval van oorlog of andere buitengewone omstandigheden kan de Koning de geheele militie buiiengewoon bijeenroepen. Ten zelfden tijde roept de Koning de Statengeneraal bijeen, opdat eene wet het zamenblijven der geheele militie, zooveel noodig bepale.

Art. 186. De militie mag in geen geval naar de overzeesche bezittingen worden gezonden.

Sluiten