Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHETS

DER

GRONDWET

volgens het voorstel in de Tweede Kamer gedaan, den 9 Dec. 1844.

EERSTE HOOFDSTUK.

Van het Rijk en deszeifs Inwoners.

Art 1. Het grondgebied van het Koningrijk der Nederlanden in Europa bestaat uit de provinciën: Noord-Braband, Gelderland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Utrecht, Vriesland, Overijssel, Groningen, Drenthe en het Hertogdom Limburg.

Op het Hertogdom Limburg is de Grondwet toepasselijk, behoudens de regten van het Duitsche Verbond.

Art. 2. De tegenwoordige grenzen der provinciën onderling kunnen door de wet worden gewijzigd.

De omschrijving der plaatselijke gemeenten kan slechts worden veranderd, gelijk ook eene gemeente opgerigt of ontbonden, naar de regels, door de wet te stellen.

Art. 3. Allen, die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, het zij ingezetenen of vreemdelingen, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen.

De werking van dezen regel kan, met opzigt tot vreemdelingen, in buitengewone omstandigheden, voor zekeren tijd worden geschorst door eene wet, die den Koning met zulk eene magt over de vreemdelingen bekleedt, als noodig schijnt.

De Koning kan verdragen met vreemde mogendheden sluiten, over uitlevering van vreemdelingen, opgeëischt van wege geregtelijke vervolging.

Sluiten