Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 77. De leden dezer Kamer hebben zitting gedurende drie jaren.

Een derde van hen valt jaarlijks uit, volgens een daarvan te maken rooster.

De uitvallenden zijn dadelijk weder herkiesbaar.

Art. 78. De leden stemmen, elk volgens eed en geweten, zonder last van of ruggespraak met hen die benoemen.

Art. 79. Bij het aanvaarden hunner betrekking doen zij. ieder op de wijze zijner godsdienstige gezindheid, den volgenden eed: .Ik zweer (belove), dat ik de Grondwet der Nederlanden zal onderhouden en handhaven; ik zweer (belove), „dat ik de onafhankelijkheid van den Staat, de algemeene „en bijzondere vrijheid der ingezetenen bewaren en beschermen, en het algemeen belang met al mijn vermogen „bevorderen zal, zonder mij daarvan door eenige provinciale „of andere bijzondere belangen te laten aftrekken. ;,Zoo waarlijk helpe mij God almagtig !"

Zij zullen, alvorens tot dien eed te worden toegelaten, den volgenden eed van zuivering doen :

„Ik zweer (verklare), dat ik. om tot lid van de Tweede „Kamer der Staten-Generaal te worden benoemd, aan geene „personen, het zij in of buiten het bestuur, regtstreeks of „middellijk, onder wat naam of voorwendsel ook, eenige „giften of gaven beloofd of gegeven heb, noch te beloven „of geven zal.

„Ik zweer (verklare), dat ik, om iets hoegenaamd in deze „betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd eenige „beloften of geschenken aannemen zal, regtstreeks of middellijk. „Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!"

Art. 80. De Koning benoemt uit eene opgave van drie leden, Hem door de Kamer aangeboden, één om het Voorzitterschap, gedurende den tijd van het openen tot het sluiten der zitting, waar te nemen.

Sluiten