Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE AFDEELING.

Van de Plaatselijke Besturen

Art. 133. De samenstelling, inrigting en bevoegdheid der plaatselijke gemeente-besturen worden, nadat de Provinciale Staten zijn gehoord, bij de wet geregeld, met inachtneming der volgende voorschriften.

Art. 134. Aan het hoofd der gemeente staat een raad, welks leden door de ingezetenen voor een bepaald aantal van jaren worden verkozen.

De wet kan verordenen, dat de voorzitter door den Koning worde benoemd.

Art. 1 35. Aan den Raad wordt de regeling en het bestuur van het gemeentelijk huishouden overgelaten. Op de verordeningen, welke hij te dien aanzien maakt en aan de Provinciale Staten moet mededeelen, is de bepaling van art. 127 toepasselijk.

Art. 136. De besluiten der plaatselijke besturen, rakende beschikking over gemeente-eigendom en zoodanige andere burgerlijke regtshandelingen, welke de wet aanwijst, alsmede de begrootingen van inkomsten en uitgaven, worden aan de goedkeuring der Provinciale Staten onderworpen.

Art. 137. Het besluit van een gemeentebestuur tot oplegging eener belasting wordt voorgedragen aan de Provinciale Staten, die van hun onderzoek verslag doen aan den Koning, zonder Wiens goedkeuring geene plaatselijke belasting kan worden ingevoerd.

De wet geeft algemeene regels ten aanzien der plaatselijke belastingen.

Art. 138. Zij regelt ook het opnemen en sluiten der plaatselijke rekeningen.

Sluiten