Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 154. De leden de Staten-Generaal en de Hoofden der Departementen van Algemeen Bestuur staan, uit hoofde van ambtsmisdrijven, ter vervolging, het zij van Koningswege, het zij van wege de Tweede Kamer, te regt voor een Hof van Staat, telkens ten behoeve van zoodanige vervolging bijeen te roepen. Het wordt, naar de bepalingen der wet, zamengesteld uit vijf leden van den Hoogen Raad, twee van de Eerste Kamer en twee van den Raad van State. Zij benoemen den Voorzitter uit hun midden.

Art. 155. De Hooge Raad oordeelt over alle actiën, waarin de Koning, de leden van het Koninklijk Huis, of de Staat als gedaagden worden aangesproken, met uitzondering der reële actiën, die voor den gewonen regter worden behandeld.

Art. 156. De Hooge Raad heeft het toezigt op den geregelden loop en de afdoening van regtsgedingen, mitsgaders op de nakoming der wetten bij alle Hoven en Regtbanken, en kan derzelver handelingen, dispositiën en vonnissen, daarmede strijdig, vernietigen en buiten effect stellen, volgen de bepaling door de wet daaromtrent te maken.

Art. 157. Geen regter of ambtenaar van het Openbaaar Ministerie kan, binnen den tijd, waarvoor hij volgens de wet is aangesteld, door den Koning worden ontslagen, dan op eigen verzoek.

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen bij regterlijke uitspraak, in de gevallen bij de wet te bepalen.

Art. 158. De wet regelt de judicature wegens verschillen en overtredingen op het stuk van alle belastingen, zonder onderscheid.

ZESDE HOOFDSTUK.

Van de Godsdiettst.

Art. 159. De volkomen vrijheid van godsdienstige begrippen wordt aan elk gewaarborgd.

Sluiten