Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 3. Het 148ste artikel der Grondwet wordt vervallen verklaard en vervangen door de twee volgende :

a. „De Staten dragen aan den Koning voor het onderhouden en aanleggen van zoodanige werken, en het doen van zoodanige uitgaven, als zij voor het belang hunner provincie nuttig oordeelen, mitsgaders de middelen, om daarin geheel of ten deele ten koste van de provincie of van de belanghebbenden te voorzien.

b. „De Staten zijn verpligt de jaarlijksche begrootingen der provinciale middelen en inkomsten, en van de daaruit te doene uitgaven, aan den Koning voor te dragen, en gedragen zich, behoudens de bepalingen der wet, naar hetgeen ten opzigte van de provinciale geldmiddelen en de daarvan te doene verantwoording door den Koning wordt voorgeschreven."'

Nr. XIII.

Art. 1. Enz.

Art. 2. Het 152ste artikel der Grondwet wordt veranderd als volgt:

„De wet bepaalt de zamenstelling, de bevoegdheid en de verpligtingen van de besturen in de steden en ten platten lande, de gemeentelijke indeeling van iedere provincie, mitsgaders welke plaatsen tot de steden, en welke tot het platteland behooren."

„De bevoegdheid, om deel te nemen aan de plaatselijke besturen, alsmede de wijze, waarop de leden van die besturen worden gekozen of benoemd, worden geregeld bij de wet."

Art. 3 Het 153ste artikel der Grondwet wordt veranderd als volgt:

„De plaatselijke besturen hebben, overeenkomstig de bepalingen der wet, de beschikking over hunne huishoudelijke belangen, en maken daaromtrent de vereischte plaatselijke verordeningen.1'

Sluiten