Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.Op den president en de leden van dit Geregtshof is toepasselijk wat ten aanzien van de regterlijke ambtenaren, die voor hun leven worden aangesteld, is bepaald".

Nr. XX.

Art. 1. Enz.

Art. 2. Tusschen het 2de en 3de lid van art. 200 der Grondwet wordt de volgende bepaling ingelascht:

.De wet regelt de wijze, waarop zij van de waarneming hunner ambtsbediening kunnen worden ontslagen, wanneer zij. wegens ouderdom, ziels- of ligchaamsgebreken, daartoe ongeschikt zijn geworden."

Nr. XXI.

Art. 1. Enz.

Art. 2. Het 2de lid van het 205de artikel wordt veranderd als volgt:

.Bij gebrek aan genoegzame vrijwilligers, wordt de militie voltallig gemaakt bij loting uit de ingezetenen, die op den lsten Januarij van elk jaar ongehuwd zijn, hun 19de jaar ingetreden zijn en hun 23ste jaar nog niet hebben volbragt; zij, die hun ontslag bekomen hebben, kunnen onder geen voorwendsel tot eenige andere krijgsdienst, dan die der hierna te melden schutterijen en landstorm, worden opgeroepen.1'

Art. 3. Het 206de artikel der Grondwet wordt veranderd als volgt:

„De militie komt in gewone tijden, jaarlijks, geheel of gedeeltelijk, eenmaal te zamen, om, gedurende eene maand of daaromtrent, in den wapenhandel te worden geoefend; blijvende het nogtans aan den Koning voorbehouden, om, wanneer hij zulks voor 's Rijks belangen mogt geraden oordeelen, de helft van het geheel getal te doen zamenblijven."

Grondwet.

1

Sluiten