Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWERP

DER

GEWIJZIGDE GRONDWET van het KONINKRIJK der NEDERLANDEN

Opgesteld door de Staatscommissie benoemd bij Koninklijk Besluit van 17 Maart 1848.

EERSTE HOOFDSTUK

Van het Rijk en deszclfs Iniooncrs.

Art. 1. Het Grondgebied van het koningrijk derNederlanden in Europa bestaat uit de provinciën Noordbraband, Gelderland, Zuidholland, Noordholland, Zeeland. Utrecht, Vriesland, Overijssel, Groningen, Drenthe en het hertogdom Limburg.

Op het hertogdom Limburg is de Grondwet toepasselijk, behoudens de rechten van het Duitsche verbond.

Art 2. De wet kan het getal der provinciën, gelijk der plaatselijke gemeenten, verminderen of vermeerderen.

De grenzen van den Staat, van de provinciën en gemeenten kunnen door de wet worden veranderd.

Art. 3. Allen, die zich op het grondgebied van het rijk bevinden, hetzij ingezetenen of vreemdelingen, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen.

De werking van dezen regel kan, met opzigt tot vreemdelingen, in buitengewone omstandigheden, voor zekeren tijd worden geschorst door eene wet, die den Koning met zulk eene magt over de vreemdelingen bekleedt, als noodig schijnt.

Sluiten