Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Van de Finantiën

Art. 163. Qeene belastingen kunnen ten behoeve van's lands kas worden geheven, dan uit kracht van eene wet.

Art. 164- Geene privilegiën kunnen in het stuk van belastingen worden verleend

Art. 165. De nakoming der verbindtenissen van den Staat jegens zijne schuldeischers wordt gewaarborgd,

Art. 166. Het gewigt en gehalte der muntspeciën, zoowel als derzelver waarde, wordt door de wet geregeld.

Art. 167. Het toezigt en de zorg over de zaken van de munt, met den aankleve van dien, en de beslissing der quaestiën over het allooi, essai en wat dies meer zij, worden opgedragen aan een collegie, onder den titel van Raden en Generaalmeesters van de Munt, achtervolgens zoodanige instructiën, als bij de wet zullen worden vastgesteld.

Art. 168. Er zal eene Algemeene Rekenkamer zijn, welker taak door de wet wordt geregeld.

Zij zal inzonderheid worden belast met het staven van de cijfers der rekening, die volgens art. 116 aan de Staten-Generaal moet worden gedaan.

Bij vacature zendt de Tweede Kamer der Staten-Generaal eene opgave van drie personen aan den Koning, welke daaruit kiest

Op de leden der Rekenkamer, wier bezoldiging wordt geregeld door de wet, is art. 154 toepasselijk.

Sluiten