Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

Van de Defensie.

Art. 169 Het dragen ner wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en tot beveiliging van zijn grondgebied zoowel te land als ter zee, blijft een der eerste pligten van alle ingezetenen.

Art. 170. Vreemde troepen worden niet dan met gemeen overleg des Konings en der Staten-Generaal in dienst genomen.

Art 171. Er is steeds eene nationale militie, zooveel mogelijk zamen te stellen uit vrijwilligers, op de wijze, als bij de wet wordt bepaald, om te dienen, hetzij te land, hetzij ter zee.

Art. 172. Bij gebrek aan genoegzame vrijwilligers wordt de militie voltallig gemaakt door loting uit de ingezetenen, die op den eersten Januarij van elk jaar in hun twintigste jaar zijn.

Art. 173. Zij, die aldus in de militie te land zijn ingelijfd, worden, in vredestijd, na eene vijfjarige dienst, ontslagen.

Is de Staat in oorlog, zoo kan eene wet, jaarlijks te vernieuwen, hen tot langere dienst verpligten.

Art. ! 74. De militie te land komt, in gewone tijden, jaarlijks eenmaal te zamen, om, gedurende niet langer dan zes weken, in den wapenhandel te worden geoefend.

De Koning kan een deel, door de wet te bepalen, doen zamenblijven.

Art. 175. Ingeval van oorlog of andere buitengewone omstandigheden, kan de Koning de geheele militie te land buitengewoon bijeenroepen.

Tenzelfden tijd roept de Koning de Statcn-Generaal bijeen, opdat eene wet het zamenblijven der geheele militie, zoo veel noodig, bepale.

Sluiten