Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ln geen geval mogen andere Nederlanders of de vreemdelingen, die in Nederlandschen staatsdienst zijn, vreemde ordeteekenen, titels, rang of waardigheid aannemen, zonder bijzonder verlof van den Koning.

Art. 70. De Koning heeft het regt van gratie van straffen, door regterlijk vonnis opgelegd.

Hij oefent dat regt niet uit dan na het advies te hebben ingewonnen van den daartoe bij de wet aangewezen regter.

Amnestie en absolitie worden niet dan bij eene wet toegestaan.

Art. 71. Dispensatie van wetsbepalingen kan door den Koning slechts worden verleend met magtiging van de wet

De wet, welke deze magtiging verleent, noemt de bepalingen, waarover de bevoegdheid tot dispensatie zich uitstrekt.

Dispensatie van algemeene maatregelen van bestuur is slechts toegelaten voor zoover de Koning zich de bevoegdheid daartoe bij eenigen zoodanigen maatregel uitdrukkelijk heeft voorbehouden.

Art. 72. Alle geschillen van bestuur tusschen besturen van verschillende provinciën, niet vallende onder de bepaling van art. 154, 2de lid, worden door den Koning beslist.

Alle geschillen van bestuur tusschen de besturen van verschillende gemeenten, niet vallende onder de bepaling van art. 154, 2e lid, worden in hoogsten aanleg aan de beslissing des Konings onderworpen.

Art. 73. De Koning draagt aan de Staten-Generaal ontwerpen van wet voor, en doet hun zoodanige andere voorstellen, als hij noodig oordeelt.

Hij heeft het regt de door de Staten-Generaal aangenomen wetsontwerpen al of niet goed te keuren.

Sluiten