Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij kunnen worden afgezet of ontslagen door regterlijke uitspraak in de gevallen bij de wet aangewezen. Op eigen verzoek kunnen zij door den Koning worden ontslagen.

ZESDE HOOFDSTUK.

Van de Godsdienst.

Art. 167. Ieder belijdt zijne godsdienstige meeningen met volkomen vrijheid, behoudens de bescherming der maatschappij en harer leden tegen de overtreding der strafwet.

Art. 168. Aan alle kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend.

Art. 169. De belijders der onderscheidene godsdiensten genieten allen dezelfde burgerlijke en staatkundige regten, en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van openbare betrekkingen.

Art. 170. Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen wordt toegelaten, behoudens de noodige maatregelen ter verzekering der openbare orde en rust.

Buiten de gebouwen en besloten plaatsen wordt alle openbare godsdienstoefening toegelaten, behoudens de bevoegdheid der overheid, bij de wet aan te wijzen, en in het belang der openbare orde en rust de uitoefening van dat regt te beletten, of aan beperkende bepalingen te onderwerpen.

Art. 171. De tractementen, pensioenen en andere inkomsten van welken aard ook, door de onderscheidene godsdienstige gezindheden of hare leeraars genoten wordende, en op de begrooting der uitgaven van het Rijk voor het dienstjaar uitgetrokken, blijven aan deze gezindheden verzekerd.

Sluiten