Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergadering bijeen, om hun, onder overlegging van het advies van den Raad van State, zoo dit is ingekomen, van het voorhanden geval verslag te doen.

Art. 41. Zijn de Staten-Generaal in vereenigde vergadering van oordeel, dat het in artikel 39, eerste lid, omschreven geval aanwezig is, dan verklaren zij dit bij een besluit, dat op last van den in artikel 107, zesde en zevende lid, aangewezen Voorzitter wordt afgekondigd en dat op den dag der afkondiging in werking treedt.

Art, 42. In het geval van art. 41 is de Prins van Oranje, wanneer hij zijn achttiende jaar vervuld heeft, van regtswege Regent.

Art. 43. Ontbreekt een Prins van Oranje of heeft de Prins van Oranje zijn achttiende jaar niet vervuld, dan wordt in het Regentschap voorzien op de wijze in art. 38 bepaald ; in het laatste geval tot aan het tijdstip waarop hij zijn achttiende jaar vervuld heeft.

Art. 44. Bij het aanvaarden van het Regentschap legt de Regent in eene vereenigde vergadering van de Staten-Generaal in handen van den Voorzitter den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) trouw aan den Koning, ik zweer „(beloof), dat ik in de waarneming van Koninklijk gezag, „zoolang de Koning minderjarig is (zoolang de Koning „buiten staat blijft de regeering waar te nemen), de Grond„wet steeds zal onderhouden en handhaven.

„Ik zweer (beloof), dat ik de onafhankelijkheid en het „grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden met al „mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de „algemeene en bijzondere vrijheid, en de rechten van alle

Grondwet.

13

Sluiten