Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„des Konings onderdanen en van elk hunner zal bescher„men en tot instandhouding en bevordering van de alge„meene en bijzondere welvaart alle middelen aanwenden, „welke de wetten te mijner beschikking stellen, gelijk een „goed en getrouw Regent schuldig is te doen"

„Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig 1" („Dat be„loof ik!")

Art 45. Wanneer een Regent buiten staat geraakt het Regentschap waar te nemen, zijn de artt. 39 2de lid en 41 toetoepasselijk.

Is de opvolging in het Regentschap niet geregeld, dan wordt art. 37. 1ste lid toegepast.

Art. 46. Het koninklijk gezag wordt waargenomen door den Raad van State:

lo. bij het overlijden des Konings, zoolang niet in de troonopvolging volgens art. 21 is voorzien, voor den minderjarigen Troonopvolger geen Regent is benoemd, of de Troonopvolger of Regent afwezig is;

2o. in de gevallen van de artikelen 41 en 45, zoolang de Regent ontbreekt of afwezig is ; en bij overlijden van den Regent, zoolang zijn opvolger niet benoemd is en het Regentschap aanvaard heeft;

3o. ingeval de troonopvolging onzeker is en de Regent ontbreekt of afwezig is ;

4o. in het geval van artikel 24, gedurende de tien dagen in dat artikel vermeld.

Deze waarneming houdt van rechtswege op, zoodra de bevoegde Troonopvolger of Regent zijne waardigheid heeft aanvaard of, in het geval of onder 4o. vermeld, zoodra van de vreemde kroon afstand is gedaan.

Wanneer in het Regentschap moet worden voorzien, dient de Raad van State het daartoe strekkend ontwerp van wet in :

in de gevallen, onder lo en 2o vermeld, binnen den tijd

Sluiten