Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feilbaar was, toen zij ons tot die erkenning bracht. Indien me door onderzoek en gebruik der rede (hoe gebrekkig Deiden dan ook) tot de erkenning der revelatie komt, zooals alle geloovige er toe gekomen zijn, kan niet de rede ondergeschikt zijn aan de openbaring, maar omgekeerd: ons geloof aan de openbaring e eevolg der rede en aan deze ondergeschikt.

Twijfel aan de waarheid van een dogma is altijd twijfel het feit zelf der revelatie. Immers God is voor een ieder e Oneindige Waarheid en voor een reoelijk wezen is twijfel aan Gods erkend woord onmogelijk. Te zeggen: Gij moogt niet a Gods woord twijfelen, staat gelijk met te zeggen: Gij moet ge-

looven, dat een cirkel rond is. ,

Als God iets bekend maakte zóo, dat geen twijfel overbleef o de openbaring van Hem kwam, wie zou dan nog kunnen twijfelen. Zou iemand met gezonde zinnen God, de Waarheid zelve, voo een leugenaar kunnen houden? Indien men dus, na ee™ openbaring te hebben erkend, door welke oorzaak ook omtrent eenig punt aan het twijfelen geraakt, dan is zulks een bewijs, dat me? eertijds verzuimd heeft grondig te onderzoeken, een bewijs dat de revelatie niet met volstrekt zekere bewijzen gestaafd werd en men heeft weder te onderzoeken de bewijzen voor het fel revelatie, ook in verband met het betwiste punt. Kn wijl de mensch op lateren leeftijd, bij meer ondervinding en nadenke beter kan oordeelen dan op jeugdigen leeftijd, daarom is het al edwaast juist op dien rijperen leeftijd de rede en het g^nd verstand

het zwiieen op te leggen, in plaats van zich steeds bereid te houden

vroeger getrokken c^nclusiëï met oprechtheid te herzien. Doet men dit niet, dan onderwerpt men rede en verstand van dien rijperen leeftijd aan rede en verstand van het kind Beter toeg"us om te oordeelen, zal men bij elk later onderzoek den grondslag van het geloof nog vaster zien staan, tenzij er inderdaad iets aan

deEnCbf1Ïóodanfg onderzoek moet wel degelijk ook in aanmerking komen de voor onze rede meerdere of mindere aannemelijkhe van het geopenbaarde op zich zelf; want als het te gelooven voor gehoudene ons als bepaald onzinnig zou voorkomen, dan kunnen wii de openbaring a priori verwerpen. Immers, hebben wij volstrekt geen oordeel des onderscheids omtrent het ai of met °n^nl§e ^a het geopenbaarde, dan zijn wij ook zeker onbevoegd om eenig zins de waarde te bepalen der argumenten, die vóór of tegen het feit der revelatie zouden pleiten, welk feit trouwens ook vo gens katholieke opvatting, niet met wiskundige zekerheid valt te bewijzen.

De onbegrijpelijkheid van het geopenbaarde mag zeker geen beletsel zijn om het te gelooven, (men gelooft iml»er^ea"ne bijster veel onbegrijpelijks) wel het onzinnige, en men zal ook

Sluiten