Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ware met weten gelijk moet staan, daar zullen ook de bewijzen voor de gegrondheid van dat geloof zóó overstelpend zijn, dat niets die bewijzen ernstig kan ontzenuwen, dat geen tegenbewijzen blijvend indruk kunnen maken, zou men meenen; maar juist het tegendeel is het geval; die katholieke waarheid is zoo onwaar-schijnend, dat bijna niemand ze kan blijven aannemen, die in vrijheid de hem door God geschonken rede en verstand gebruikt om te onderzoeken; schier niemand herkent die waarheid, niemand ziet die bewijzen — zelfs de uitstekendste geleerde niet — dan alleen hij, die zorgvuldig suggestief in die leer wordt opgevoed.

Misschien zal een Katholiek mij toevoegen, dat toch zeker de priesters, die zoo lang gestudeerd hebben, ook de beweegredenen voor hun geloof aan de rede hebben getoetst; dat hun geloof toch wel op goede gronden zal rusten.

Het zou een veel meer bevoegden schrijver vereischen, om dit punt naar behooren te behandelen. Alleen wil ik hier opmerken, dat de studie van onze pastoors en kapelaans geen ernstige studie kan genoemd worden, aangezien zij, door een jarenlange, zorgvuldige suggestie daarop voorbereid, zich geen ander doel stellen dan zich te sterken in hun overtuiging, door alle mogelijke argumenten of schijn-argumenten voor hun leer op te zoeken bij geleerden, van wie zij weten, dat die dezelfde richting zijn toegedaan ; in wier studeervertrek men zelfs in den regel de werken der voornaamste moderne philosophen en andere ongeloovigen en ketters niet vinden zal, en die eiken twijfel met een gebed onderdrukken. Immers, twijfelen is zonde, en dus moet ook elke aanleiding daartoe vermeden worden. Hoe kan men echter een zaak grondig bestudeeren, indien men vooraf vaststelt het resultaat, dat moet verkregen worden, de voorstanders eener andere meening zelf niet durft hooren, en bij opkomenden twijfel zijn verstand het zwijgen oplegt?

Zoo groot is de vrees voor onderzoek, dat, behoudens zeldzame uitzonderingen, de priesters, die het volk in geloof en godsdienst moeten onderwijzen, zelf geen boeken mogen lezen, die het Katholiek geloof bestrijden. Zelfs een boekje als dit, door een niet geleerden leek geschreven, zullen pastoor en kapelaan niet rustig mogen lezen en in hun bibliotheek bergen. Onderzoekt alle dingen en behoudt het goede, schreef Paulus immers voor alle geloovigen, en nu mogen zelfs de voorlichters der geloovigen niet onderzoeken.

Ik schrijf hier over, wat een zeer geleerd Katholiek over protestantengeloof schrijft: „Wij, Katholieken, zijn van de waarheid „van ons heilig geloof zóó innig overtuigd; wij hebben de beweegredenen, welke die waarheid voor ons absoluut zeker, boven

Sluiten