Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en lijden met een eeuwige hel als schier onvermijdelijk einddoel? Verschrikkelijke eigenwaan en verblindheid des geestes, welke ondanks dat alles hen durft minachten en beklagen, die zich een meer liefderijken God voorstellen". Hoogmoedigen noemt boven aangehaalde schrijver dezulken.

Welk een verheven godsdienstige handeling toch dat doopen 1 Noch bij den doopeling, noch bij den dooper wordt eenige godsdienstige gemoedsstemming bepaald vereischt, mits de bedoeling om te doopen maar aanwezig zij. Zelfs een ongeloovige kan het doopsel toedienen; en dan hangt van het juist uitspreken van eenige woorden en van het vallen van eenige druppels water op het kind diens geluk of ongeluk af; door de welgelukte operatie wordt de zuigeling van een kind van gramschap tot Kind Gods. Tot zulke aberraties brengt de geloofssuggestie den mensch.

Het is niet te verwonderen, dat de godgeleerden die leer omtrent het doopsel toch wel wat vreemd vinden; zij moeten wel gevoelen, dat het geloof aan dat dogma bij velen niet zal bestand zijn tegen het ernstig [daarover nadenken. Al zeer vroeg hebben zij dan ook, ik weet niet op welken bijbelschen grond, het doopsel des bloeds en het doopsel van begeerte uitgevonden. Het eerste komt natuurlijk bijna nooit voor, en is trouwens onnoodig, want waar het aanwezig is, zal doorgaans van zelf het doopsel van begeerte zijn. Maar dit laatste willen sommigen zeer ruim opgevat hebben, zóó, dat men het aan de omschrijving in den catechismus niet meer herkennen zou. En toch schiet ook de meest vrijgevige opvatting te kort. Door velen wordt vandaag aangenomen dat de wil om Gods wtl te doen het doopsel van begeerte inhoudt. Maar de ongelukkige stumpers dan, die in de eerste levensjaren sterven, die nog nooit ernstig hebben kunnen denken ? Verbeeld u zoo'n zwarte dreumis van zes jaar, die den wil heeft Gods wil te doen! Zouden zelfs bij diens ouders al ooit zulke wijsgeerig-theologische gedachten zijn opgekomen, zouden zelfs die zich wel ooit een eenigszins juist begrip omtrent God hebben gevormd ?

DE ERFZONDE EN HET VAGEVUUR

De leer omtrent het Doopsel is gegrond op die der „Erfzonde". Wij waren namelijk reeds strafwaardig vóór wij bestonden, tengevolge der zonde van den eersten mensch. God heeft toen onzen wil gesteld in dien van Adam, onzen wil, die nog niet bestond 1 Hij heeft dus een soort loterij er van gemaakt en

Sluiten