Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den geest te voeden, den Godmensch eten, lijkt mij onzin. Men zegt dan ook: Christus in het hart ontvangen. Alsof de heeren niet wisten, dat men Hem dan in de maag zou ontvangen, vanwaar Hij door een zieke ook wel eens weer wordt uitgebraakt.

Men tracht zich ook hier, als bij andere onzinnige dogma s, te redden met te zeggen: het is een mysterie, dat wij niet begrijpen kunnen; en daarbij af te geven op de hoovaardij der ongeloovigen, die zouden beweren, alles te moeten kunnen begrijpen. Maar die ongeloovigen weten zeer goed, dat er nog zoo ontzaglijk veel onbegrijpelijks is, zelfs wat de natuur betreft, en dat zij van het bovennatuurlijke nog veel minder weten of begrijpen. Doch die onbegrijpelijke dingen worden bij nadere betrachting niet meer en meer onzinnig, noch zelfs onwaarschijnlijk, en niemand ontraadt dan ook onderzoek daarnaar. En de ongeloovigen meenen, dat zij sommige eenvoudige dingen wel kunnen vatten. Zij meenen te weten, dat een geel of rood vocht uit druiven geperst en daarna gegist — dat dronken maakt — wijn is, en geen bloed, dat een van tarwemeel gebakken koek brood is, en geen vleesch, al is de priester nog zoo vast in de meening met bloed en vleesch te doen te hebben. Zij meenen, dat het onzinnig is een voorwerp te denken zonder diens kenmerkende eigenschappen en bestand-

deelen. ,

Het is, als hadde men door dit dogma willen aantoonen, noever men het met religieuse suggestie brengen kan. Veronderstel een godsdienst, wiens priesters zouden beweren, een paard te kunnen veranderen in een kip. De priester komt bij een boer, raakt diens paard even aan en het is geschied. De boer gaat als voorheen door met zijn paard als trekdier te gebruiken, maar gelooft toch vast met een kip te doen te hebben

Dit denkbeeld leent zich natuurlijk veel minder dan het andere tot religieuse suggestie, maar in werkelijkheid is het niet ongerijmder dan dat gele dronkenmakende bloed. Indien dan ook was voorgeschreven, dat bij een of andere gelegenheid veel van dien wijn moest worden gedronken, en de geloovigen zagen dientengevolge den gebruiker in kennelijken staat, dan zouden ze wellicht ook in hun geloof geschokt worden; en toch is dat bedwelmende maar één van de waarneembare eigenschappen van wijn.

Of nu de katholieke geleerden dat toch kunnen goedpraten 1 la, die kunnen alles goedpraten, als het noodig is. Gij, ongeloovigen, wilt niet begrijpen, zeggen zij, dat hoewel die boer een paard meent te zien, het toch wel een kip kan zijn, waarmee hij ploegt en egt. Van het paard zijn alleen de toevalligheden, de eigenschappen aanwezig, maar van de kip de substantie, de zelfstandigheid, „das Ding an sich". Zoo ook met den wijn in het H'

Sluiten