Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alras bewijzen, dat, wat zij trouwens wel zeer vast zullen vermoed hebben, een groot deel van het Oude Testament op één lijn staat met andere legenden uit overoude tijden ; dat namelijk zelfs hoofdverhalen als die omtrent schepping en zondvloed sprookjes zijn ontleend aan de mythen van nog oudere volken dan het Israëlitische, door de joodsche schrijvers naar eigen opvatting en behoefte gewijzigd. Zulke vertelsels, met of zonder historischen achtergrond, worden door de zoogenaamde gewijde schrijvers als ware geschiedenis opgedischt. Ook bleek het den geleerden duidelijk, dat die geschriften niet afkomstig konden zijn van de personen aan wie, noch uit den tijd aan welken ze worden toegeschreven.

In 't eerst verwekte die critiek bij Katholieken en Protestanten natuurlijk hevige tegenspraak. En niet zonder redenen; want als waar was, wat die profane schrijvers beweerden, dan was het ook zonneklaar bewezen, dat de joodsche en christelijke godsdiensten wat hun afkomst betreft niet hooger staan dan andere godsdiensten, dat de bovennatuurlijke hoeksteen, waarop zij steunen, wegvalt en daarmede op den duur het heele gebouw moet ineenstorten.

Bij eene verhandeling over die nieuwe bijbelcritiek schreef een Fransch katholiek priester nog niet lang geleden: „Als de Katholieke overlevering geen hersenschim is en de eenstemmige leer der heilige Vaders geen ijdele klank, als de standvastige bestendigheid en algemeenheid eener leer een geloofsregel stelt, dan is er geen dogma dat op vasteren voet steunt dan juist de onfeilbare waarheid der H. Schrift".

Welnu, op die onfeilbare waarheid valt heel wat af te dingen; de geleerde katholieke bijbelverklaarders erkennen het nu, soms schoorvoetend, soms volmondig, dat de ongeloovige critiek niet zonder zeer goeden grond is; zoover ze Katholiek willen blijven trachten zij natuurlijk de vroegere leer der Kerk als niet in volslagen tegenspraak met de hedendaagsche opvatting voor te stellen; een ij del pogen, waarbij de toeschouwer bezwaarlijk altijd goede trouw zal kunnen veronderstellen: iets kan toch niet tegelijkertijd heilige waarheid en hoogstbespottelijk verzinsel zijn.

Voor wie, als niet-geleerde, belang stelt in de kwestie is zeer interessant de brochure „Het Katholiek Bijbelvraagstuk" van den Duitschen pater Jezuïet Chr. Pesch, vertaald uitgegeven door de Drukkerij de Spaarnestad te Haarlem, of beter nog „De RoomschKatholieke Kerk en de Bijbelcritiek" uitgegeven bij C. L. van Langenhuizen te Amsterdam. Daar zal men zien in wat vreemde bochten men zich wringt om de oude en de nieuwe leer weer met elkander te doen rijmen; de boekjes, die voornamelijk voor priesters zullen geschreven zijn, geven een kort overzicht van den stand der kwestie. Ik kan er niet over oordeelen of de schrijvers de volle waarheid verkondigen; de vertaler van eerstgenoemd

Sluiten