Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziedaar wel duidelijk den onfeilbaren paus van Rome, die de andere apostelen den weg wijst, dien zij hebben te bewandelen. Zie hoe Petrus, die toen dan toch reeds lang paus moest geweest zijn, de andere apostelen niet zendt, maar met Johannes wordt gezonden; en al kan men nu met grond beweren dat gezonden worden niet noodzakelijk minderwaardigheid veronderstelt tegenover den zender, zou het toch heel wat pauselijker geklonken hebben, als de evangelist had geschreven: Toen besloot Petrus zich met Johannes naar Samarië te begeven.

Zie verder hoe drie apostelen als zuilen der kerk worden genoemd, waarbij ook Petrus, die echter niet eens eerst wordt genoemd; en hoe Petrus door Paulus in 't openbaar wordt terechtgewezen over zijn veinzerij in godsdienstzaken, want het betrof hier het al of niet gehouden zijn aan de Mozaïsche wet. Ondanks de vele tranen, die Petrus heet gestort te hebben over zijne veinzerij den avond toen hij Jezus zelf driemaal verloochende, schijnt hij dus ook toen nog minder vast in de schoenen te hebben gestaan dan de andere apostelen, wien door de H. Schrift niets wordt ten laste gelegd.

En volgens Marcus (VIII : 33) heeft Jezus zelf Petrus ook nog berispt tegenover de andere leerlingen met de woorden: „Ga achter mij Satan! Want gij denkt niet naar hetgeen van God, maar naar hetgeen van de menschen is". En deze berisping ontving Petrus kort na zijn getuigenis, dat Jezus de Christus was, zij het ook niet op die getuigenis. En Marcus zegt niets van de steenrots, welk gezegde toch immers van zoo overwegend belang was voor de Kerk; trouwens Lucas, die hetzelfde verhaalt, vermeldt ook niets van de steenrotsvergelijking.

Hoe gebrekkig die gewijde schrijvers toch geïnspireerd werden: bij het verhalen eener gebeurtenis verzwijgen zij juist datgene waarom het vooral te doen was; zij vermelden de belijdenis van Petrus, maar de daarop volgende aankondiging der instelling van het Pausschap verzwijgen zij 1 Of wist de H. Geest toen nog niet, welke verstrekkende beteekenis sommigen later in die woorden zouden weten te leggen ? Maar wel vermelden beiden Evangelisten den uitbrander dien Petrus even daarna ontving; zij achten het noodig dien aan het nageslacht over te leveren, opdat men toch ook maar goed zou inzien, dat Petrus later paus zou zijn te Rome, waar hij misschien nooit is geweest, al zegt men, dat hij er den marteldood is gestorven.

Te Rome weet men echter zeker, dat hij er geweest is, want men bewaart er nog den steen, waarin een afdruk van Jezus'voet, toen deze aan Petrus daar verscheen. Men heeft er natuurlijk meer bewijzen van; maar waar men zulke kinderachtige verdichtselen heeft verzonnen en nog heden de bewijzen ervan bewaart

Sluiten