Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsen, blijkt ook hier weer, dat hij, die den bijbel dicteerde, wel eens moedwillig onjuist inspireerde, ofwel zich vergiste, dus geen God was.

Bij het ontstaan van het Christendom meenden de geloovigen blijkbaar, dat de Messias spoedig zou weerkomen, om zijn rijk op aarde te stichten; uit menige plaats der H. Schrift blijkt dit. Zoo bijv. bij den evangelist Lucas, waar Jezus zegt: „Voorwaar, er zijn er eenigen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, voor ze het koninkrijk Gods zien". Ditzelfde wordt ook nog eens herhaald bij Marcus en bij Mattheus, die zegt: „Van hen die hier staan zijn er eenigen die den dood niet zullen smaken, totdat zij den Zoon des menschen zien komen in zijn koningschap".

Het is zoo duidelijk mogelijk; trouwens ook op een andere plaats zegt Jezus, waar hij blijkbaar zijne wederkomst voorspelt: „Dit geslacht zal niet voorbijgaan, dat al deze dingen geschied zijn". En op meer andere plaatsen der H. Schrift blijkt overduidelijk, dat ook de apostelen de komst des Heeren als aanstaande beschouwden !).

Ziehier nu de katholieke verklaringen van boven aangehaalde gezegden : „De uitdrukking „komen in zijn koningschap" beteekent hier komen als koning, met majesteit; vrij algemeen wordt door deze komst verstaan de transfiguratie op den berg Thabor. Anderen zijn van oordeel, dat bedoeld wordt het gerecht over Jeruzalem en den Joodschen staat. Volgens den H. Gregorius den Groote beteekenen dt aangehaalde woorden : Sommigen van mijne leerlingen zullen zoo lang leven, dat zij de Kerk, die mijn rijk is, bevestigd en sterk genoeg zien, om het hoofd te bieden aan de machten der wereld.

Hoe treurig toch die openbaring en hoe armzalig die verklaringen! De gedaanteverandering op den berg, of de verwoesting van Jeruzalem, of de eerste opkomst der Kerk, wat zal men kiezen? Geen der drie gissingen, die kant of wal raakt; maar de ware en duidelijke bedoeling der woorden: De komst van den Messias met macht en glorie om zijn rijk te stichten, de voor de hand liggende klaarblijkelijke bedoeling, mag niet genoemd worden, omdat de voorspelling niet is uitgekomen. En de bijbeluitleggers moeten gedurig, pour le besoin de la cause, tot zulke averechtsche verklaringen hun toevlucht nemen.

En de bezwaren, die zij te overwinnen hebben, zijn den laatsten tijd nog toegenomen, zoodat het ook niet te verwonderen is, dat men, ten einde raad, begint toe te geven, dat het woord Gods hier en daar wel eens wat kan verknoeid zijn. Nu men begint in te zien, dat vasthouden aan de vroegere opvatting niet meer is

l) Zooals in I Petr. IV; I Thess. IV; Math. X 23; H. 1.

Sluiten