Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat overdreven en opgesmukt zullen zijn. Zeker zullen bij het ontstaan van het Christendom veel Christenen door de voorstanders van den ouden godsdienst vervolgd, gedood en gemarteld zijn geworden, evenals in de middeleeuwen duizenden ketters op last der Kerk zijn gedood, al waren ze bereid hun ketterij af te zweren ; ook sommigen waren niet tot afzwering bereid, en stierven dan, als hardnekkige ketters, een wreeden dood. Maar de Kerk zal wel toegeven, dat daardoor de juistheid hunner opinie nog niet bewezen werd. Zoo bewijst de zelfs vrijwillige marteldood van Christenen uit de eerste eeuwen der Kerk — aangenomen dat de berichten daaromtrent vrij juist zijn, wat zeer te betwijfelen valt — wel de oprechtheid, maar niet de gegrondheid hunner overtuiging.

Ziehier wat een geloovig protestant J) veel jaren geleden, bij de verdediging van zijn geloof, dat hij geheel van de wetenschap wilde gescheiden houden, eerlijk erkende: „De echtheid der vier Evangeliën, de geloofbaarheid van hun inhoud, de werkelijkheid der dingen die ons als gebeurd in de Evangeliën worden medegedeeld, is alleen voor het geloof te bewijzen. Wat men thans meest algemeen „wetenschap" noemt, het zoogenaamd onbevooroordeeld empirisch-kritisch historie-onderzoek, is een rechtbank voor welke deze feiten der evangelische geschiedenis zich nooit als voldoende gestaafd zullen kunnen rechtvaardigen".

En als men ziet welk een omvang en vastheid zelfs nog in deze eeuw van druk verkeer, van stoom, telegraaf en dagbladpers legenden als die van Marpingen in korten tijd kunnen aannemen, dan is het toch zoo eenvoudig begrijpelijk, hoe de geschiedenis van Jezus, die mogelijk inderdaad begeesterend was, in die tijden, zoo arm aan verkeersmiddelen op geestelijk en stoffelijk gebied, in een halve eeuw tot de bekende legende kon aangroeien. Of zou men meenen, dat de schrijver en de vertaler van het onder het artikel „Over Mirakelcfï' besproken boekje moedwillig zouden gelogen hebben; dat de pastoor van Marpingen, die van vierhonderd wonderbare genezingen kennis meende te dragen, en zooveel andere ooggetuigen, met de redacties der duitsche, nederlandsche en andere Katholieke dagbladen eenvoudig bedriegers waren? Ik geloof het niet, al zullen er ook wel ooiijkers onder geschuild hebben, en mogelijk ook laaghartige sujetten, zooals er helaas zoo velen zijn, een overtuiging dienende, die zij valsch weten, wijl zij zoodoende beter zullen klimmen op de politieke of maatschappelijke ladder.

') J. H. Gunning Jr.

Sluiten