Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEO TAXIL.

Een bewering, die Katholieken niet zelden te hooren krijgen, is, dat de Kerk en haar bedienaren niet alleen door deugd, maar ook door hoogere ontwikkeling veilige gidsen zijn op het gebied van godsdienst, wetenschap, politiek, enz. Niet alleen eenvoudige katholieke boeren en werklieden, maar ook meer ontwikkelde burgers zien met groot ontzag op tegen de geleerdheid en wijsheid, die voor hen onder iederen steek schuilt.

Dat deze over het algemeen echter niet in verhouding staan tot den langen tijd, dien de gewone priesters zoogenaamd moeten studeeren, is zeker voor velen geen geheim. Maar dat de Kerk over haar geheel, dat paus, bisschoppen en lagere geestelijkheid een zóó doorslaand bewijs van gebrek aan schranderheid, van onnoozelheid, of hoe moet ik het noemen, zouden geven als zij deden, niet alleen in lang vervlogen tijden, maar nog slechts enkele jaren geleden, konden alleen zij vermoeden, die ten volle beseffen de verblindende suggestie, waaronder elk katholiek geweten gebukt gaat, en die het Katholieken in het algemeen en de geestelijkheid in het bijzonder zoo moeilijk maakt over eenige zaak kalm en onpartijdig te oordeelen, zoodra van nabij of van verre Kerk of geloof er bij betrokken zijn. En toen eens daarbij dan nog betrokken was de zoo gehate vrijmetselarij, raakten zij de kluts geheel kwijt en bleken in staat tot een dwaasheid, die erg afsteekt bij de slimme voorzichtigheid, waarvan de Kerk gewoonlijk blijk geeft.

Het is een dwaze geschiedenis, die Taxil-mystificatie, even dwaas als die der hekserijen in de middeleeuwen, maar — den laster van de kerkelijken op hun tegenstanders daargelaten — was ze onschuldig en koddig, in plaats van bloedig en treurig als de heksenvervolgingen, en ze zal ons doen zien, dat evenals in de duistere middeleeuwen, de Kerk ook heden nog in staat is zelfs het grofste bijgeloof te bevorderen.

Eenige jaren geleden sprak schrijver dezes met een priester over de vrijmetselarij; de pastoor vertelde natuurlijk vreeselijke dingen van "die vereeniging. Wel waren volgens Z.Ew. de lagere graden minder schuldig, maar die wisten dan ook volstrekt niets van het duivelsche doel der orde.

Ik maakte de opmerking, dat zijn bewering mij onjuist voorkwam bij het algemeen bekende feit, dat zeer veel eminente mannen, zoowel van de Oude als van de Nieuwe Wereld, vrijmetselaar waren; het was m.i. toch niet aan te nemen, dat al die groote mannen en geleerden zich als onnoozele bloedjes bij den neus zouden laten nemen.

Sluiten