Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Jezuïeten waren volstrekt geen erge bevorderaars van den heksenwaan *).

. ^annen als de H. Alfonsus en de H. Thomas schreven als kinderen van hun tijd. De H. Thomas leert, wat ook de H. Augustinus leerde. Al de vertelsels van den H. Alfonsus zijn ook niet van hem zelf, maar veelal legenden, aan anderen ontleend. Een Katholiek behoeft niet te gelooven, wat zij schreven 2).

De Protestanten geloofden ook aan duivelskunsten, evenzeer als de Katholieken. Ook bij het doopen der Protestanten wordt de duivel gebannen.

Het gezegde van Hoensbroech omtrent die acht eeuwen, dat de heksenwaan woedde, is erg overdreven. Tot 1200 was de Kerk eerder tegen den heksenwaan; daarna volgden twee en een halve eeuw van twijfelmoedigheid 3), en eerst toen brak de heksenwaan voorgoed door 4).

In Italië, den zetel van het pausdom, zijn veel minder heksen verbrand dan in Duitschland; heksenwaan zat bij overlevering meer in het Duitsche volk 6).

Ik meen hiermede een vrij getrouw kort overzicht te hebben gegeven van het voornaamste, dat P. bewijst of tracht te bewijzen. Misschien is er op de door hem aangehaalde feiten af te dingen, maar zelfs, indien die alle onpartijdig zijn weergegeven, dan is het hem nog niet gelukt de waarde van Hoensbroechs werk te verkleinen. Dat zijn heftige bestrijding zoo zeer verloopt in persoonlijke beleedigingen, bewijst overigens zijn gebrek aan zakelijke argumenten, al getuigt misschien zijn critiek van groot schrijverstalent. Het zou trouwens te begrijpen zijn, dat men voor dat werk een der beste paarden van den zoo welvoorzienen stal heeft gehaald, indien de schrijver toch een Katholiek zou zijn.

Pilatus verwijt Hoensbroech niet onpartijdig de geschiedenis van het pausdom te hebben geschreven, en daarin zou hij zeker ten volle gelijk hebben, indien niet de schrijver zulks in de voorrede van zijn werk vooraf had gezegd. Wel zou men hem kunnen verwijten, dat de titel van zijn boek daarom onjuist is. En wat

>) Als voornaamste bewijs haalt P. het schrijven aan van een toenmaligen Jezuïet, die beweerde, dat er nuttiger werk was dan duivelbannen, en dat het met de speciale taak der Orde was zich daarmee bezig te houden. Blijkbaar weet P., dat zijn lezers toch Hoensbroech niet hebben gelezen.

') Dat heeft Hoensbroech ook niet gezegd: maar 'die mannen golden en gelden nog als de geleerdste heiligen van de Kerk.

3) De H. Thomas van Aquinen was toch al in 1274 overleden.

„ *) . Datf zouden volgens P. dus maar vijf eeuwen zijn; dus wellicht maar twintig of dertig Onfeilbaren hebben daar groote schuld aan.

blazen?31"^01" hebbe" zeker de Pausen vooral daar het vuur nog wat aange-

Sluiten