Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standen; maar men moet wel stekeblind zijn, om niet te zien met welke bedoeling dat vereenigingsleven door de geestelijkheid wordt aanbevolen; want zuiver neutrale bonden, die zich nooit op politiek terrein begeven, worden zooveel mogelijk geweerd.

Door den geest der Fransche Revolutie zijn terecht overal de vroegere gilden afgeschaft, maar de geestelijkheid heeft zeer goed ingezien, dat die haar van groot nut kunnen zijn: Divideet impera. Zij tracht weer overal, onder opwekking van eigenbaat bij de verschillende standen, naar oprichting van gilden en bonden, kwansuis voor economische doeleinden, maar waar nooit de geestelijke adviseur mag ontbreken. Was voorheen de geestelijkheid vooral de steun der machtigen en rijken, thans zijn de bordjes wat verhangen (wat op zichzelf zeer gelukkig is) en men komt eerder den arbeiders in 't gevlei. De politieke macht berust op den invloed op de groote massa der kiezers, en de verbazende invloed der geestelijkheid berust op de handigheid, waarmede zij bij dezen den domper weet te hanteeren. En dien domper zou men niet mogen trachten haar uit handen te slaan, uit vrees van het volk te vroeg te ontkerstenen?

Als het volk inplaats van het onzinnige bijgeloof geleidelijk een voldoende gezonde ontwikkeling deelachtig wordt, dan zal het daarom de christelijke zedeleer niet behoeven te verzaken, die ook door Protestanten en zelfs door de meeste ongeloovigen wordt gehuldigd. Het is immers door statistieke cijfers bewezen, dat de Protestanten, die het meest onzinnige bijgeloof hebben verworpen, zedelijk en maatschappelijk vooral niet lager staan dan de Katholieken; dat althans het getal misdrijven bij hen in verhouding kleiner is dan bij de Roomschen. En zulks ondanks de voorrechten en genaden, die de laatsten immers als kinderen der ware Kerk deelachtig worden door al die missen, rozenhoedjes, bedevaarten, sacramenten, mariahulp, enz. enz., en vooral ondanks den verbazenden invloed der zoo prachtig georganiseerde en gedisciplineerde geestelijkheid, die zoo veel meer invloed heeft dan de protestantsche godsdienstleeraars. En die voorrang van Protestantsche streken boven Roomsche geldt niet alleen voor ons land, maar voor schier de heele wereld. Men vergelijke de betrekkelijke welvaart van het protestantsche Europa met die van het katholieke, van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika met de katholieke Zuid-Amerikaansche republieken. En nu weet ik wel, dat er veel hoogst ordelijke en welvarende katholieke landen zijn en dat een goed Katholiek, die de voorschriften van zijn godsdienst opvolgt, ook een goed mensch en burger kan en doorgaans zal zijn, maar het blijkt dan toch overvloedig, dat al dat Roomsche bijgeloof niet noodig is om menschen en volken tot hooger geluk en deugd en orde te brengen, en dat men niet zoozeer behoeft te vreezen

Sluiten