Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat is nu ten opzichte van elk dezer vier belastingen op 1 Maart, stel van het jaar 1909, het laatstverloopen dienstjaar?

Voor de personeele- en de grondbelasting is dit dan het dienstjaar 1908; immers loopt dit van 1 Jan.—31 Dec. Zij dus, die over dat dienstjaar in deze belasting zijn aangeslagen, moeten deze op 1 Maart 1909 hebben voldaan en zoo niet, dan kunnen ze in geen geval op de kiezerslijst 1909—1910 komen. Doch zij, die over een vroeger dienstjaar b.v. over 1906 of 1907 in deze belastingen waren aangeslagen, en deze niet hebben betaald, alsmede zij, die over het loopende dienstjaar d.i. van 1 Jan.

1909 — 31 Dec. 1909 in deze belastingen zijn aangeslagen en deze niet betalen, vallen buiten de groep, welke het vierde vereischte omvat en kunnen alzoo wel kiezer worden.

Vooral bij de bedrijfs- en vermogensbelasting dient men er goed op te letten, of de aanslag loopt over het laatstverloopen dienstjaar. Op 1 Maart 1909 is dit voor deze belastingen het dienstjaar, dat loopt van 1 Mei 1907—30 April 1908. Alleen zij, die over dat dienstjaar in deze belastingen zijn aangeslagen, moeten deze op 1 Maart 1909 hebben voldaan. Doch — want ook hier geldt weer, wat we bij de personeele- en grondbelasting opmerkten — op hen, die over een vroeger dienstjaar b.v. 1905—1906 in deze belastingen waren aangeslagen en deze niet hebben betaald, alsook op degenen, die over het loopende dienstjaar d.i. van 1 Mei 1908—30 April 1909 een aanslag in deze belastingen ontvingen en deze niet betalen, is dit vierde vereischte weer niet van toepassing, zoodat dezen wel kiesrecht kunnen erlangen.

Natuurlijk zullen zij, die op 1 Maart 1909 over het dan loopende dienstjaar in ééne of meer dezer vier belastingen zijn aangeslagen en deze op 1 Maart van het jaar 1910, dus wanneer dat dienstjaar is geworden het laatstverloopen dienstjaar, niet hebben voldaan, daardoor van de dan volgende kiezerslijst, die van

1910 — 1911, geweerd blijven, doch dit is eerst in het begin van 1910 van belang en heeft op de plaatsing op de kiezerslijst van 1909 —1910 geenerlei invloed.

Vervolgens houde men in het oog, dat alleen niet-betaling van een aanslag over het laatstverloopen dienstjaar in de Rijks directe belastingen het kiesrecht onthoudt. Wie in eenige andere belasting is aangeslagen, onverschillig in welke en over welk dienstjaar b.v. in de gemeentelijke inkomstenbelasting of den hoofdelijken omslag en deze niet betaalt, valt evenzeer buiten degenen, voor

Sluiten