Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

linde, wat hier beteekent, dat men gedurende een jaar in die provincie moet hebben gewoond en om kiesgerechtigd te zijn voor den Gemeenteraad moet men bovendien nog zijn ingezetene der gemeente d. i. gedurende een jaar in die gemeente gewoond hebben. De datum, welke daarvoor beslissend is, is weer de lste Febr.; op dien dag toch moet men, als regel, alle vereischten voor het kiesrecht in zich vereenigen. Alzoo moet men, om op de kiezerslijst 1909— 1910 ook voor de Staten en den Gemeenteraad kiesbevoegd te zijn, op 1 Febr. 1909 minstens een vol jaar hebben gewoond in de provincie en in de gemeente. Zij, die zich na 1 Febr. 1908 in de gemeente hebben gevestigd, zijn slechts kiesgerechtigd voor de Kamer en de Staten en, zoo zij uit eene andere provincie kwamen, alleen voor de Kamer.

Ook voor hen echter, die over het laatstverloopen dienstjaar niet in eenige Rijks directe belasting zijn aangeslagen of wier aanslag, hoewel op tijd voldaan, toch geen kiesrecht geeft, heeft de wet de mogelijkheid geopend het kiesrecht te verwerven, mits ook zij voldoen aan een of ander kenteeken van welstand of geschiktheid. Welke deze kenteekenen zijn, zullen wij later zien. Hier wijzen wij er slechts op, dat deze personen nooit ambtshalve op de kiezerslijst komen, doch zich daarvoor altijd bijzonderlijk ter gemeente-secretarie moeten aangeven, en bovendien, dat zij alleen kiesbevoegd worden voor de Kamer en de Staten; dit laatste, indien zij op 1 Febr. een jaar in de provincie woonden. Wij zouden hen daarom kunnen noemen : aangifte-kiezers, waarbij men dan in aanmerking moet nemen, dat ook de rijks-belastingkiezers, gelijk wij hierboven zagen en later nader zal worden toegelicht, zich soms moeten aangeven.

De kiezers kunnen dus in twee groepen worden gesplitst n.1.:

a. Rijks-belastingkiezers, die al» regel ambtshalve op de kiezerslijst komen en kiesbevoegd zijn voor K., S. en G.

b. Aangifte-kiezers, die zich steeds bijzonderlijk daarvoor moeten aangeven en slechts kiesbevoegd zijn vcor K. en S.

Voor hen nu, die over het laatstverloopen dienstjaar niet in eenige Rijks directe belasting zijn aangeslagen, alsmede voor die enkelen, die daarin wel zijn aangeslagen, maar wier aanslag of geen kiesrecht geeft óf wel kiesrecht verleent, doch alleen na aangifte, geeft de wet elk jaar gedurende 14 dagen, van 1 tot en met 14 Febr., gelegenheid tot die aangifte ter secretarie, waartoe voor zoover noodig bepaalde formulieren zijn vastge-

Sluiten