Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeen de verdeeling in negen klassen gevolgd, welke voor de personeele belasting is aangenomen en bepaald, dat de huurprijs moet zijn juist die, boven welken men in die belasting wordt aangeslagen. Alzoo kunnen degenen, wier huur gelijk is aan dit bedrag, op grond daarvan kiezer worden en vallen zij toch buiten de personeele belasting. Zelfs is, zooals wij bij de bespreking dier belasting reeds opmerkten, de huurprijs vaak veel hooger, zonder dat men in de termen dier belasting valt, zoodat ook zij, die in dit geval verkeeren, huurkiezer kunnen worden.

b 2° Loonkiezers: Dit zijn zij, die over het laatste jaar een zeker loon of inkomen genoten hebben, eveneens voor iedere gemeente of deel eener gemeente vastgesteld. Het bedrag daarvan is in evenredigheid met de vereischte huur en loopt van f 275 per jaar voor de kleinste tot f 550 per jaar voor de grootste gemeenten, gelijk de genoemde Tabel en Staat aangeven.

b3° Spaarbankkiezers: Zij, die gedurende een jaar minstens f 50 hebben ingelegd gehad in eene spaarbank.

b 4° Examenkiezers: Degenen, die eenig examen hebben afgelegd, waaraan de wet het kiesrecht verbindt.

De dag, waarop men één dezer vereischten moet bezitten, is weer 1 Febr. Op dien dag moet men een huis van een bepaalden huurprijs bewoond hebben, het vereischte inkomen genoten hebben, een jaar lang f 50 op eene spaarbank hebben gehad of een examen, dat kiesrecht geeft, hebben afgelegd. De gelegenheid tot aangifte bestaat van 1 tot en met 14 Febr.

Overigens is er tusschen de huur-, loon-, spaarbank- en examenkiezers een niet onbelangrijk verschil.

De huurkiezers toch behouden hun kiesrecht zonder jaarlijks hernieuwde aangifte, zoolang zij slechts niet van woning veranderen; verhuizen zij echter, dan moeten zij, om op de volgende kiezerslijst geplaatst te worden, zich opnieuw daarvoor aangeven. De loonkiezers moeten dit, zonder uitzondering, ieder jaar doen, hetzij zij al of niet bij denzelfden patroon en tegen hetzelfde loon in dienst zijn gebleven. De spaarbankkiezers blijven, zonder heraangifte, steeds kiesgerechtigd, zoolang zij minstens f 50 op de spaarbank houden, doch, als hun inleg, al was het maar één dag, beneden f 50 daalde, dan blijft ook voor hen plaatsing op de nieuwe kiezerslijst achterwege, tenzij zij zich weer op een anderen grond daarvoor aangeven. De examenkiezers ten slotte behouden na eerste aangifte het kiesrecht voor

Sluiten