Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal wel tot de hooge zeldzaamheden behooren. Wordt enkel vrije kost genoten, dan woont men niet in bij den patroon, maar heeft zijn nachtverblijf elders, meest bij zijne ouders. Ook geniet men dien vrijen kost in den regel slechts op die dagen, waarop arbeid verricht wordt, zoodat op Zon- en feestdagen of bij Israëlieten op den Sabbath, gedurende welke men gewoonlijk naar huis gaat, feitelijk geen vrije kost genoten wordt; echter wordt met deze kleine afwijkingen niet gerekend en acht de wet, dat men ook dan doorloopend vrijen kost heeft.

Om nu ook in deze gevallen, waarin het geldelijk inkomen dus minder bedraagt, te voorzien, heeft de wet voor elke gemeente of deel eener gemeente vastgesteld, waarop zij vrijen kost en inwoning en vrije woning of inwoning schat. Men verkrijgt dan het bedrag, waarop vrije kost moet berekend worden, door dat voor vrijen kost en inwoning te verminderen met dat voor vrije woning of inwoning. Overigens echter komt buiten deze gevallen ter berekening van het inkomen alleen geld in aanmerking en zal men dus, ingeval iemand in het genot is van vrije kleeding, vrij vuur en licht of iets van dien aard, de waarde daarvan niet bij zijn loon mogen optellen.

Als voorbeeld ter verduidelijking zullen wij nemen de verschillende bedragen voor de gemeente Leiden vastgesteld.

Voor Leiden vordert de wet als minimum inkomen / 450 per jaar, terwijl zij vrijen kost en inwoning voor die gemeente berekent op /"300 en vrije woning of inwoning alléén op f 87.50 per jaar, waaruit dus volgt, dat vrije kost voor die gemeente moet geschat op ƒ 300—/ 87.50= f 212.50 per jaar. Om nu te weten, hoe groot het inkomen in elk dezer gevallen moet geweest zijn, heeft men slechts de daarvoor berekende bedragen af te trekken van dat voor het enkel geldelijk inkomen gesteld. Men verkrijgt dan, dat voor Leiden het inkomen, natuurlijk zoo noodig met bijvoeging van pensioen of lijfrente, moet bedragen:

enkel geldelijk inkomen f 450.— per jaar.

met vrijen kost en inwoning/" 450— f 300.— = „ 150.— „ „ B vrije woning of inwoning,, 450—„ 87.50 = „ 362.50 „ „ „ vrijen kost . . . „ 450—„212.50 = „ 237-50 „ „ De wet vordert slechts een bepaald minimum inkomen per jaar en niet b.v. per week. Dit heeft twee voordeelen. Allereerst, ingeval men is geweest achtereenvolgens in twee dienstbetrekkingen of ook wel in ééne dienstbetrekking en het

Sluiten