Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van art. 2 der Kieswet omtrent ziekte, verwonding of ongevallenrente of omtrent het inkomen der vrouw en kinderen, doch dit blijkt reeds voldoende uit de doorhaling van het woordje „zonder" en de overlegging, zoo noodig, van een bijlagemodel voor het inkomen der vrouw en kinderen.

Model VI.

werkzaam was. Een inwonende zoon behoeft dus niet in eigenlijke dienstbetrekking bij zijne ouders te zijn; het is voldoende, als hij slechts bij hen werkzaam was.

(6). Hier moet alzoo het verdiende loon wel worden ingevuld; in alle andere gevallen nooit.

(7). Een inwonende zoon heeft óf vrijen kost en inwoning óf hij betaalt daarvoor een zeker bedrag aan kostgeld, hetgeen dan op het formulier moet worden aangegeven.

In het laatste geval n.1., indien hij „kostgeld" betaalt, kan zijn inkomen aanmerkelijk minder hebben bedragen dan het volgens de Tabel vereischte minimum. Een voorbeeld zal dit duidelijk maken. Voor Leiden wordt gevorderd een inkomen per jaar van f 450 en, daar voor die gemeente kost en inwoning is geschat op f300 's jaars, moet het geldelijk inkomen met inbegrip van vrijen kost en inwoning over het laatste jaar / 150 zijn geweest. Derhalve zal ook een inwonende zoon met /" 150 's jaars kunnen volstaan, na aftrek van hetgeen hij aan kostgeld betaalde. Stel hij geeft wekelijks f 4 kostgeld d. i. per jaar 52 maal [\ = /"208. Heeft hij nu ƒ150 boven dit bedrag verdiend, dus f 208 f 150 = f 358, zoo kan hij toch, hoewel het minimum inkomen voor Leiden is f 450, loonkiezer worden. liet maakt immers in het geheel geen verschil, of hij /"358 ontving en daarvan, na aftrek van f 208 voor kostgeld, f 150 over hield, dan of hij genoot f 150 met vrije kost en inwoning. Indien dus een inwonende zoon, mits werkzaam bij zijne ouders, kostgeld betaalt, kan hij volstaan met een loon, gelijk aan het bedrag, dat hij jaarlijks aan kostgeld geeft, vermeerderd met de som, welke de wet vordert voor het jaarlijksch inkomen ingeval van vrijen kost en inwoning.

1 er voorkoming van misverstand merken wij nog op, dat ook een inwonende zoon wegens ziekte of verwonding, gedurende twee maanden, geen loon of slechts een gedeelte er van kan hebben ontvangen of wel een tijdelijke ongevallenrvnte, hoe lang dan ook, kan genoten hebben. Men heeft dit dan op het formulier te vermelden.

Sluiten