Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b 4°. Examenkiezers.

(Artt. 1b 4°. 19 en 20).

De examens, welke als kenteeken van geschiktheid kiesrecht geven zijn allereerst de navolgende, aangewezen bij algemeenen maatregel van bestuur n.1. het koninklijk besluit van 4 Febr. 1901 en alle in verband staande met de benoembaarheid tot eenig ambt, de vervulling van eenige betrekking of de uitoefening van eenig bedrijf of beroep:

1. De examens ter verkrijging van het radicaal voor benoembaarheid tot gezantschapsattaché en tot leerling-consul;

2. liet examen, afgenomen vanwege den Nederlandschen Politiebond;

3. De examens, van gemeentewege afgenomen in verband met de benoembaarheid tot surnumerair of volontair of inspecteur van politie;

4. Het examen afgenomen vanwege de Nederlandsche Vereeniging voor gemeentebelangen ter verkrijging van het diploma van bekwaamheid als gemeentesecretaris of als ambtenaar ter secretarie van eene gemeente;

5. liet examen, vanwege de Maatschappij voor Toonkunst afgenomen ter verkrijging van een diploma van onderwijzer in de muziek;

6. liet eindexamen aan de Rijks-Normaalschool voor teekenonderwijzers te Amsterdam;

7. Het eindexamen aan de Rijksschool voor kunstnijverheid te Amsterdam;

8. liet eindexamen aan het Koninklijk Conservatorium te 's-Gravenhage.

9. Het eindexamen aan het Conservatorium te Amsterdam;

10. Het eindexamen aan de Tooneelschool te Amsterdam;

11. De eindexamens van door het Rijk, de provincie of de gemeente onderhouden of gesubsidieerde kunstnijverheid-, muzieken tooneelscholen.

12. De examens ter verkrijging van het diploma van ziekenverpleger, afgenomen vanwege de Vereeniging „Ziekenverpleging" te Utrecht, de directie van het gemeentelijk ziekenhuis te Rotterdam, het „Haagsche comité ter opleiding tot ziekenverpleging" te 's-Gravenhage, „het Hoofdcomité van het Roode

5

Sluiten