Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in handen van verschillende eigenaars te zijn geweest, kwam de Ambachtsheerlijkheid Maasland in bezit van Willem Lodewijk, Baron van Wassenaar, en tot dusver zijn zijne afstammelingen er nog eigenaar van, en wel op dit oogenblik Vrouwe Catharina Frederica van Rechteren Limpurg, douairière van Wassenaar— Starrenburg.

* *

*

Was Maasland, zooals uit het bovenstaande blijkt, een belangrijke Ambachtsheerlijkheid, ook als parochie (d. i. als kerkelijke gemeente) telde zij insgelijks mede. Tot bewijs hiervan zou eigenlijk voldoende zijn een verwijzing naar de groote dorpskerk met zijn ruim koor, zooals er slechts bij hooge uitzondering in een dorpskerk een zal te vinden zijn. In genoemd (priesterkoor toch kunnen wel 400 personen plaats vinden.

Vóór 1559 (het jaar, waarin ons land kerkelijk in meerdere bisdommen verdeeld werd) heeft Maasland tot het bisdom van Utrecht behoord, en vandaar wellicht ook, dat toen alle tienden onder Maasland aan de Domkerk van Utrecht geschonken waren. Thans zijn de tienden, voor zoover er zich nog bevinden en die geregeld alle jaren verpacht worden op den Vrijdag van de zoogenaamde kermisweek (waarin het feest der H. Maria Magdalena [22 Juli] invalt) van de Balije van Utrecht en van verschillende bijzondere personen.

Hoe oud de kerk wel is? Daar valt met zekerheid niets van te zeggen. Hoogst waarschijnlijk is zij gebouwd door de ridders der Duitsche orde. Sommige schrijvers beweren, dat er vóór het huidige kerkgebouw nog een ander geweest is. Men spreekt zelfs van vóór de negende eeuw. Is dit zoo, dan zal het ongetwijfeld een houten bedehuis geweest zijn.

Maar dit staat: het huidige kerkgebouw is georiënteerd ') en was toegewijd aan de H. Maria Magdalena. Behalve het hoofdaltaar van die heilige bezat zij nog meerdere altaren, een van den H. Andreas en een van de H. Elisabet, waarbij een prebende of

!) Een goed gebouwde kerk moet georiënteerd zijn, met andere woorden: zij moet zich met haar lang-as, dus in de lengte, uitstrekken van liet Oosten naar het Westen, en wel zoo, dat het priesterkoor

Sluiten