Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegen van velen, tot in de zestiende eeuw de Hervorming uitbrak. De tachtigjarige oorlog begon en allengs hoorde men meer en meer geruchten van opheffing van geestelijke gestichten enz. Ook het Duitsche huis werd daarbij genoemd. Maar slechts gedurende korten tijd, en zonder veel gerucht te maken gelukte het de orde te blijven leven, niettegenstaande haar leden, volgens de nieuwe reglementen moesten behooren tot den nieuwen staatsgodsdienst, die kloosterlijke vereenigingen niet kende, ja ze veroordeelde. De gevolgen van de verandering van godsdienst lieten zich niet wachten en brachten een geheele verandering in het leven der Duitsche ridders.

„Was vroeger ') nu en dan een verslapping van den regel voorgekomen, men had er nooit in de verte aan gedacht zoover te gaaii als thans. De Duitsche orde.... miste sedert de Hervorming alle kenmerken eener geestelijke orde: de samenwoning in het klooster werd opgeheven, armoede en celibaat werden niet nieer van de ridders geëischt en van de gehoorzaamheid aan de superieuren kwam natuurlijk niet veel. Aan ziekenverpleging werd minder dan ooit gedacht. De Duitsche orde handhaafde zich, maar ten koste.... van al wat er goeds en edels in de bedoeling harer stichters gelegen had. Er bleef een orde zonder regel, een klooster, dat niet meer als klooster diende, ridders, die geen heidenen bevochten en geen christenen verpleegden, „kloosterlingen", die gehuwd en over het geheele land verspreid waren! Ja, zoo sterk was de tegenstelling met vroeger, dat het eenige, wat de leden der orde, die armoede als een harer hoofddeugden beschouwde,voortaan van andereadellijkestervelingen onderscheidde bestond in het genot van rijke inkomsten, door vrome voorvaderen voor weldadige en godsdienstige doeleinden geschonken..."

In 1811 hief Napoleon de Duitsche orde op. Maar het gelukte haar de uitvoering van het vonnis op de lange baan te schuiven tot den val van het Fransche Keizerrijk, en door de wet van 8 Augustus 1815 herleefde zij.

„De Duitsche orde — aldus mr. S. Muller Fz. in zijn reeds

*) Aldus mr. S. Muller Fz. in zijn opstel „De Duitsche Orde, Balije van Utrecht", voorkomende in Eigen Haard (1879), aan welk opstel we voor deze schets liet een en ander ontleenden.

Sluiten