Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitvoerig behandeld, ten eerste: wijl Maasland aan die orde veel dankt; ten tweede: de orde nog steeds rijke bezittingen in deze gemeente heeft ').

Gaan we nu van het algemeene tot het bijzondere over en zien we eerst de vestiging der Orde te Utrecht, waar zij tien jaren voor haar vestiging te Maasland mildelijk beschonken werd.

„In den tijden — zoo vermelden de archieven van het Duitsche Huis — dat Gregorius de IX Paus, ende Fredericus die anderde Keyser was, ende Otto broeder tot Hollant Bisscop t' Utrecht was, ende Graef Floris de IV Grave van Hollant, ende Heer Coenraet Lantgrave tot Doringe die Vde Hoochmeyster was van den Duytschen oerden, en de Heer Bodo Grave van Hoenloch, die eerste Meyster van den Duytschen lande was, in desen tijden so was een vroom eersaem Ridder, geheten Heer Sweder van Ringenberch, ende had een schoon slot ende vrij heerlicheyt van dorpen daerom gelegen in den lande van Cleve ende omtrent Wesel, ende hadde te wyve Heer Sweders dochter van Wiltenburch Ridder. Ende dese Heer van Ringenberch hadde veel goeden (goederen) ende erven liggen buyten der Stadt van Utrecht aen de Westsyde van der stadt, ende een schoone Hofstede, ende desen Heer gaf der Duytschen huyse voersz. alle syn goet, dat hij hadde liggende by der stadt van Utrecht, ende syn vrouwe mede in 't jaar 1231".

Op de plaats van deze hofstede, in welker nabijheid de kerk van de H. Gertrudis stond, voordat zij binnen de stad overgebracht werd, vestigde de eerste landkommandeur van Utrecht, Heer Antonis van Ledersake van Prinshagen het volgende jaar een balije of landkommanderie. Dit huis werd echter door die van Utrecht zeiven, terwijl de stad in het jaar 1345 door Willem IV belegerd werd, voor het grootste gedeelte in brand gestoken.

De Bisschop van Utrecht, Jan van Arkel, verkocht den Ridders toen in het volgende jaar den grond binnen de muren, waarop zij sedert het tegenwoordige gebouw gesticht hebben.

Het was, als we boven zeiden, in 1241 dat Graaf Willem II de kerk

') Volgens „Notitie van de Landen gelegen in den Ambachte van Maaslandt, toebehoorende aan de Land-commanderie van Maaslandt", brachten deze in 1672 samen op / 207 : — 1 : — 0 : —. Een oogenschijnlijk geringe som, maar inderdaad een vrij aanzienlijke.

Sluiten