Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit doorgaande komt men te Ouwerschie, waar een groote buitenplaats de herinnering bewaart aan de hooge heerlijkheid van „De(n) Tempel", en verder gaande komt men aan een boerenplaats, welke een herinnering is van „Emmaüs". Zeer opmerkelijk is, dat de ligging dezer plaatsen vrijwel overeenkomt met de richting, welke eertijds de Oude dijk moet hebben gehad. Dat de tegenwoordige Oude dijk eertijds den naam van den Hofdijck moet hebben gedragen, is vrij zeker aan te nemen. Een deel daarvan, binnen het tegenwoordige Rotterdam gelegen, draagt nog dien naam".

Wat van dit alles zij: het convent aan den Hofdijk werd in 1365 afgebroken, de kommanderie van dien naam hield op te bestaan, en al „die goeden", die er het eigendom van waren, „werden mitten conventheeren tot den convent te Utrecht geleyt, opdat men dat convent van Utrecht te meere houden ende den dienst Gods te eerlycker, te statelicker en te beth houden souden".

Hoorde men toen niet meer van de Duitsche ridders onder Maasland? Ongetwijfeld, want er werd een nieuwe kommanderie gesticht, niet van den Hofdijk, maar van Maasland, ter plaatse nu nog bekend onder den naam van „het Hof". Het juiste jaar der stichting van deze kommanderie is niet bekend, maar dit is zeker, dat de ridders er tot de Hervorming gewoond hebben. Men wil, dat de ridders door een onderaardsche gang hun convent met de parochiekerk verbonden. Deze traditie leeft ten minste nog onder de Maaslanders voort; meer dan dat is het ook niet. We hebben bij verschillende personen naar het bestaan dier gang geïnformeerd, maar niemand heeft ze ooit gezien of kon aanwijzing geven van de plaats, waar ze zich moet bevinden.

In het klooster der ridders woonde ook de pastoor, die geen lid der orde was, zeker niet in 1563. Op 11 Augustus 1563 verklaren Schout en Schepenen van Maasland, „dat voor hen zijn gecompareerd heer Cornelis Maartense Bogert, pastoor aldaar, en kerkmeesters, en dat zij zijn overeengekomen met heer Jasper van Egmond, commandeur van Maasland, bij consent van heer Frans van Loo, landcommandeur der Duitsche orde te Utrecht, op grond dat de commandeur van Maasland den pastoor steeds onderhouden heeft van zijn tafel, eten, drinken, vuur, licht, kamer

2

Sluiten