Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem Buijs Janszn, oud 74 jaar, in naam van den Schout Floris Gerritsen, oud 52 jaar, zettf r aldaar, en Cornelis Janszoon, bode te Maasland, zeggen bij eede op 22 Oct. 1514 aangaande den inhoud van voornoemde instructie:

op art. 1 dat er zijn in alles, rijk en arm, 250 haardsteden, die belasting betalen, en daarbij zijn er 82 óf 83 arm, die zelf onderhouden worden,

op art. 2 zeggen zij, dat zij hun pastoor, die niet komen kon, ondervraagd hebben, en deze gezegd heeft: Maasland telt 900 communicanten, oud en jong, rijk en arm,

op art. 3, dat Maasland zonder schuld is.

2 ij zeggen, dat zij zich generen op drieërlei wijs, de eerste en welvarendste zijn de landlieden, die zich redelijk generen; die andere zijn visschers, wagenaars en arbeidslieden, die spitten en delven, en voorts tappers en bakkers; de derden zijn arme lieden, die niets hebben, maar van den H. Geest leven.

De eerste stand moet betalen in alle lasten van beden en omslagen; sommige ervan geven 150, andere 100 schreven; van den tweeden staat geven de rijkste 2, 3 of 4 schreven ten hoogste; en die zijn er wel 100 haardsteden. De laatste betalen niet.

t Ambacht van Maasland is groot 2800 morgen lands, waarvan aan Maaslanders toebehoort omtrent 150 morgen, waarin begrepen zijn 34 morgen eigen land, toebehoorende aan den Commandeur van Maasland, en dezelfde Commandeur heeft nog in bruik 12 morgen lands.

Al het land (zeggen zij) gebruiken de Maaslanders zelf, uitgenomen omtrent 200 morgen, die hun naburen gebruiken; ook dat er anders geen kloosters, geestelijke personen of poorters zijn, die aldaar zelf land gebruiken.

Aangaande den prijs zeggen zij, dat er puik land is, dat wel 4 Holl. 'sjaars de morgen in huur opbrengt, ende te koopen den penning 25, boven den dijk, dat het te houden heeft; 't andere geldt 3 Holl. en zou den penning 20 gelden. Voorts is er land van 2 ffi, 1 ® Holl. en van 9 st. de morgen, dat niet makkelijk te waardeeren is, want daar is land, dat geen 15 ffi Holl. de morgen gelden zou, vanwege de vele dijken, die het te (onderhouden heeft.

Ook verklaren zij, bovenmate bezwaard te zijn met dijkage,

Sluiten