Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1758 was het werk voltooid. Om de kosten te dekken, ging het kerkbestuur een leening aan, doch hoe groot deze geweest is, hebben wij niet kunnen ontdekken. Twee in latere jaren afgeloste obligaties worden nog in het parochiaal archief gevonden; ieder groot: „500 Caroli-guldens a 40 grooten Vlaams iedere gulden".

De geheele leening schijnt echter niet zóó veel bedragen te hebben, of het kerkbestuur kon reeds (wat wei doet vermoeden, dat er van den kant der gemeente gelden voor den aanbouw waren bijeengebracht) in December 1771 een huis, schuur en geboomte, staande op den kerkegrond enz. voor de som van f 200.— overnemen; en dit niettegenstaande de kerk, welke door den aanwas der gemeente te klein geworden was, ten jare 1768 nog met de helft vergroot werd, en dus weder een groote som gelds vorderde.

Het gedeelte, dat zooals hier gemeld is, in 1768 aangebouwd werd, moet het voorste gedeelte van de (in 1887 afgebroken oude) kerk geweest zijn, want van een vernieuwing van het achterste gedeelte was eerst in 1800 sprake. Toen immers verklaarden de kerkmeesters aan de municipaliteit van Maasland in de briefwisseling over de naasting enz., dat zij de kerk door deskundigen hadden laten opnemen, die haar hoogst bouwvallig bevonden hadden.

Het volgende jaar, 1801, werd dan ook het presbyterium afgebroken en vernieuwd. Ook het altaar scheen in slechten staat te verkeeren, of althans niet meer aan de gemeente te behagen, tenminste de kerk bekwam een nieuw.

Ook om deze kosten goed te maken nam men zijn toevlucht weder tot een leening. Daarbij kwam nog, dat het kerkbestuur pas ruim f 700.—, de helft der naastingssom, had ontvangen, terwijl de andere helft nog binnenkort verwacht werd, zoodat nu ook de gemeente haar eigendommen of effecten niet behoefde te verkoopen.

Na de vermelding van deze veranderingen, verbouwingen en vergrootingen aan het in 1671 gestichte bedehuis en „pastoorshuis", vraagt op de eerste plaats de aanleg van het R. K. kerkhof onze aandacht.

Het was onder het pastoraat van pastoor Henricus Klinkman '), dat deze aanleg tot stand kwam.

i) pastoor KI. is hier pastoor geweest van 1823 tot 1832, toen hij naar Assendelft vertrok.

Sluiten