Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan dezen pastoor hadden de Maaslandsche Katholieken den bouw van een toren bij hun kerkgebouw te danken. ') Tot dien tijd was de kerk nog immer van een toren verstoken geweest. Na bekomen verlof van de geestelijke overheid richtte het kerkbestuur dan ook reeds in Juli 1837 een verzoekschrift aan den Koning om de noodige machtiging tot den bouw daarvan te verkrijgen. Die toestemming volgde onder de voorwaarde: „dat het Rijk uit het bouwen geen bezwaar zou hebben". Het volgende jaar werd de eerste steen gelegd; in 1838 was de bouw voltrokken.

De Katholieken verheugden zich zeer, toen zij hun kerk versierd zagen met den weliswaar niet hoogen of grootschen, maar toch schoonen en sierlijken toren. Hun blijdschap was kort van duur. Een landbouwer toch, die in het kluisweer (het land achter de Katholieke kerk) eenige stukken weiland bezat, beweerde dat de toren het vrije rij-, uit- en overpad van zijn land over de Kerklaan belemmerde. En bij die bewering bleef het niet. Het kwam zoover, dat aan het kerkbestuur een gerechtelijke vordering tot schadevergoeding beteekend werd. En die eisch was niet mis: er werd niet minder dan f 1000 — gevraagd. Van den kant van den landbouwer werd de zaak in handen gegeven van zekeren advocaat Lentfrinck, doch daar er „bij gemis van vroegere oorkonden onzekerheid bestond over de uitlegging der bestaande documenten", werd de zaak bij transactie geschikt. De edelachtbare heer A. Melort, destijds raadsheer in het provinciaal gerechtshof van Holland, en die het Katholieke Kerkbestuur terzijde stond, kon in November 1838 aan pastoor Jehee schrijven: „Het is mij gelukt bij iransactie de zaak met den advocaat Lentfrinck uit de wereld te helpen; er is besloten, dat uwerzijds zal worden uitbetaald een honderd en vijftig gulden, en dat de boer in het vervolg geen reparatie- of vernieuwingsgelden voor de bruggen 2) zal behoeven te betalen".

Deze kwestie was dus voor het kerkbestuur niet slecht afgeloopen. Maar toch, zij kwam de Kerk volstrekt niet te stade. Immers

!) Het zal voor ieder duidelijk zijn, dat we met dit kerkgebouw bedoelen het oude bedehuis, bij den bouw van de tegenwoordige kerk afgebroken.

-) Over de Kommandeursmolensloot en het Qaagwater n.1.

Sluiten