Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten de f 150.— moest zij nog de kosten van het geding betalen. Dit begreep ook de heer Melort. Gehoor gevend aan zijn bekende godsvrucht en mildheid, schonk hij de Kerk dan ook zijn geheele declaratie, uitgenomen de voorschotten, welke hij haar gedaan had.

Nog in hetzelfde jaar 1838 ontving de kerk een schoone klok ten geschenke. Zij werd plechtig ingewijd en ontving den naam van Maasland's patrones, Sinte Maria Magdalena. Het doel, dat het kerkbestuur blijkens het verzoekschrift aan den Koning met het bouwen van den toren beoogde, was dus spoedig bereikt, want nu kon de tijd der godsdienstoefeningen door het luiden der bedeklok kenbaar gemaakt worden.

Nauwelijks was de toren voltooid, of het orgel (het oude n.1., dat in 1898 door het tegenwoordige vervangen is) eischte weer dringend herstelling. Het werk verkeerde in een zeer slechten staat, ook de kast was slecht. Een en ander eischte in 1840 een uitgave van f 1020.—

Ook pastoor Wiegmans ijver voor de versiering en verfraaiing der kerk was groot. Onder zijn pastoraat werd de kerk verrijkt met een eikenhouten preekstoel en werden nieuwe Kruiswegstaties aan de kerk geschonken.

In 1873 werd onder het herderschap van pastoor Van Maaseland de toren van een slaand uurwerk voorzien; door zijn zorg ontving de kerk ook een nieuwe communiebank en werd het priesterkoor vergroot. Het was ook onder dezen pastoor, dat de statie-Maasland tot een parochie werd verheven en er al de rechten van verkreeg.

Pastoor Schliiter, in 1884 hier pastoor geworden, vatte het denkbeeld op een nieuwe kerk te stichten en volvoerde het ook. Den heer E. J. Margry werd opgedragen bestek en teekening van het nieuwe gebouw te ontwerpen en wel naar het plan van de R. K. Kerk te Sappemeer, wier architect dr. P. J. H. Cuypers was. Bij de aanbesteding van het werk bleken 9 biljetten ingeleverd. Aan den laagsten inschrijver, den heer A. van Meer te Zevenbergen, werd voor f 47.478 het werk gegund. Aan vrijwillige giften werd van de gemeentenaren f 24.000.— ontvangen. En voor de ontbrekende helft werd ten laste der Kerk een geldleening a 4 pCt. aangegaan, die door den heer J. Luyckx, bankier te Roozendaal, geheel geplaatst werd. Zóó kon aan den bouw begonnen

Sluiten