Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

compareerende eene gulden tien stuijvers, alles ten behoeve van de geene dewelke de wagte als dan zijn houdende, dog een ander persoon, boven de twintig jaren oud zijnde, in zijn plaats stellende, zal van de voorsz. boeten vrij zijn.

3. Dat de geene dewelke de eerste is, het commando over de andere zal hebben die op de wagt zullen zijn, mits dat niemand wie hij zij de nagtwaker ofte klapperman voor hem zal mogen laten waaken, op een boete van eene gulden.

4. De boetens hier boven, volgens het tweede en derde articul gespecificeert, sullen door den Bode gevordert, en bij weijgeringe van dien daar vooren paratelijk werden geëxecuteert, sonder enige regtsvorderinge daaromme te doen.

5. De respective wagthoudende personen sullen voor de kloeke negen uren verpligt zijn op de wagt te wesen, en daar te blijven tot des smorgens ten vier uur toe, sonder naar huijs te gaan, en de ronde gedaan hebbende, op de boeten volgens het derde articul uijtgedruckt.

6. Sal niemand dan de wagthebbende personen naar de kloeke negen ure in 't wagthuijs mogen komen, dan de klapperman, op de boete als in 't derde en vijfde articul staat uijtgedruckt.

7. De wagt sal bestaan uijt vier personen, ofte sooveel meerder als Schout en Setters naar gelegenheijt des tijds en voorvallen mogten komen goed te vinden, welke helfte 't eiken halve ure, naar het uijtgaan van de klapperman, de ronde sullen moeten doen naar behooren, uijtgesondert de weduwen, ende die geene die bij Schout en Setters van de wagt worden geëxcuseert en vrij gestelt.

8. Dat ook niemand zal vermogen dronken op de wagt te komen, veel min door den dronck sig onbequaam te maken van zijn dienst, in 't houden van de wagt niet te konnen waarnemen, op de boete als in 't derde articul staat gespecificeert.

9. Dat de wagt binnen den Dorpe ronde doende, ende enige quaadwillige ofte boosdoenders vernemende, deselve zal mogen aantasten, en indien deselve haar niet willende gevangen geven, de wagt resisteren, de wagt deselve sijtelijk, en met geweldigerhand zal aantasten, ende des noods eenige Buren tot hare assistentie roepen, die gehouden zullen zijn, op de boete van ses gulden, ten profijte als voren, de wagt te helpen, en deselve quaadwillige

Sluiten