Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Kerkmeesteren tot den bou w eener nieuwe pastorie besloten hadden, verzochten zij aan de Duitsche Orde de oude te mogen afbreken en verkoopen, en een nieuwe in de plaats te stellen. Deze aanvrage werd onmiddellijk toegestaan.

Gevolg hiervan was, dat op 13 Augustus 1867 de oude pastorie ten verkoop werd aangeplakt.

Het Provinciaal Bestuur te 's-Gravenhage meende dat hier een daad verricht werd, die niet wettig was. Het zond een missive met bevel met den verkoop der oude pastorie niet voort te gaan. Maar hierin hadden de Provinciale Staten mis gezien. Zij hadden geen recht den verkoop te verbieden, daar de pastorie eigendom der D. O. was. Uit naam van Kerkmeesteren lichtte notaris I. van der Poort het Provinciaal Bestuur in, met welke inlichting genoemd college genoegen nam.

Van de pastorie naar den bewoner ervan is nog minder dan een stap. En allereerst vraagt dan onze aandacht, wat we in de Kerkvoogdij vonden omtrent de kosten, door Kerkmeesteren bij het beroepen van een nieuwen predikant gemaakt.

Zoo lezen we van:

„Kosten Gevallen op het Beroep ') van den Wel Eerwaarden Heer C. C. Van Trigt, Predikant van Schellinkhout onder de E. klassij van hooren tot Maasland.

1774

4 lede. 23 Oktober, Gehoort Ds Wuyster in

de Lent, onkost ƒ 36 — 13 — :

4 lede. 23 Okt. Ds De Booys tot Oudorp . „ 41 — 16 — 12 4 lede. 30 „ Gehoort ten oever tot giesen

oukerk 36 — 10 — :

4 lede. 6 Nov. Gehoort Ds Van Trigt tot

Schellinkhout 59 — 17 — 10

en bij alle 1 kerkms dus 5 in getal 12 Desember 2 konsulenten en twee ouderlingen in den haag bij de Hoog Ed. vrou van Maasland

geweest 15 — : — :

Transporteere . . ƒ 189 — 17 — 7

') De beroeping van een predikant geschiedt door den Kerkeraad met agreatie van Ambachtsheer of -vrouwe van Maasland.

Sluiten