Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lag voor de hand. De regeering moest een nationale synode bijeenroepen en den veroordeelden toestaan een afzonderlijke Kerk te vormen. Ook kon men, gelijk prins Maurits voorstelde, aan elke partij een afzonderlijk gebouw, een afzonderlijk avondmaal en leeraren van haar gevoelen vergunnen, totdat de tijd de gescheurde gemoederen zou hebben geheeld. Doch van geen van beide wilde Oldenbarnevelt weten, en hij bleef zich tegen de nationale synode verheffen, ook omdat de Contra-Remonstranten in de andere provinciën zeer talrijk waren, en Holland niet dulden kon, dat andere provinciën zich met zijn zaken bemoeiden. Holland ging voort met het begunstigen der Remonstranten; de overheden stelden predikanten van eigen kleur aan, en zoo geschiedde het, dat in vele plaatsen de Contra-Remonstranten geen kerk voor hun godsdienstoefening hadden. Den predikanten, die niet zwijgen wilden, ontnam men hun ambt; de vergaderingen in kerken en schuren werden verboden, zoo o. a. in Schieland, waar men de bijeenkomsten der Contra-Remonstranten verbood op boete van huis, schuur, schip of veld cn op straffe van 300 gulden voor den predikant en den hoorder. Geen wonder, dat zich overal een heftige tegenstand openbaarde.

Om dien tegenstand te breken sloeg Oldenbarnevelt het oog op Maurits. Deze had zich tot dusverre onzijdig gehouden (in zijn ronde krijgsmanstaai heette het: „Ik ben soldaat en geen godgeleerde"), al verborg hij zijn sympathe niet. Die sympathie nu was voor de Contra-Remonstranten. En het was voornamelijk onder den invloed van zijn neef Willem Lodewijk, den Frieschen stadhouder, dat Maurits op het laatst beslist partij trok.

Maurits' gezindheid kwam aan het licht, toen zijn boekhouder Enoch Musch, den Contra-Remonstranten zijn woning beschikbaar stelde, nadat de magistraat van Den Haag het lokaal hunner vergaderingen had laten dichtspijkeren. Aan Maurits' houding hadden de Contra-Remonstranten te danken, dat hun in Den Haag de Gasthuiskerk werd afgestaan, en toen zij te klein bleek, stelde de magistraat de Kloosterkerk te hunner beschikking. Veertien dagen later begaf Maurits zich daarheen, vergezeld door Willem Lodewijk en begeleid door een groot gevolg. Deze daad was een oorlogsverklaring aan Oldenbarnevelt. Voortaan monsterden beide partijen eiken Zondag haar krachten. Met Oldenbarnevelt

Sluiten