Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1759: „Hebben Kerkmeesteren van Maasland besloten om met afwijking van hun oude gewoonte om wettige redenen ds. Kouwenhoven met meer bij het doen van de rekening tegenwoordig te laten zijn. Voor opvolgers (wordt er aan het slot bijgevoegd) geldt dit niet" 5 6 '

Om even op het langwijlige van ds. Kouwenhovens predikatiën terug te komen, daar werd reeds in 1714 in een Brief tegen de angwijligheid in het preeken, uitgegeven te 's-Gravenhage, over geklaagd. En die klacht was algemeen. Wie zich omstreeks het midden der 18* eeuw ter Protestantsche Kerk begaf, moest er Zie op voorbereiden, dat hij ér soms meer dan drie uren in moest blijven. De oude gewoonte had den kerktijd bepaald s morgens van half negen tot elf uur, 's middags van half twee ot tegen vieren, 's avonds van vijf uur tot zevenen. Maar sommige predikanten hadden aan dien tijd niet genoeg. Zooals we zagen, wer reeds in 1714 over het langwijlige preeken geklaagd, en het werd al erger. Het was in 1757 zóó hoog geklommen, en had bij velen zulk een hevigen tegenstand gevonden, dat de Magistraat te Amsterdam zich verplicht rekende den predikanten een „poenahteit" op te leggen, en ordonneerde: „dat de kerk s morgens moest uitgaan om half elf en 's middags om half vier." Op andere plaatsen ging men daarmee echter ongestoord voort, en bij het Avondmaal breidden sommigen hun predikaties zóó uit (we hebben het ook hier in het geval van ds. Van Kouwenhoven gezien), dat verscheidene leden er niet aan konden denken aan tafel te gaan, en de dienende Ouderlingen en Diakenen, indien zij weer in de dankpreek wilden zijn, ternauwernood en soms in t geheel geen tijd hadden om thuis iets te eten Het uiterste van langdurigheid was een biddagspreek, die wel vier uur kon aanhouden, waaruit het voor een deel te verklaren was, dat men, als er in de namiddagbeurt een gezocht predikant zou optreden maar in de kerk bleef zitten om zijn plaats niet te verliezen. Dit ging te gemakkelijker, omdat in dien tijd een biddag

a ij een vastendag was, en men dus niet naar huis behoefde te gaan om te eten . . .

Sluiten